Naar hoofdinhoud
Een onderdeel van het aanvraagproces en dus de kwaliteit van de dienstverlening is de lengte van de wacht- en doorlooptijd. De wachttijd is de periode tussen (a) het moment dat een inwoner zich wendt tot het college voor schuldhulpverlening of (b) het moment dat de inwoner het hulpaanbod accepteert in het kader van vroegsignalering, en het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Als gemeente ontvangen wij in het kader van vroegsignalering maandelijks van signaalpartners signalen van betalingsachterstanden bij inwoners in de vaste lasten (huur, drinkwater, zorgverzekering, elektra, gas en warmte). Wij gaan met deze signalen aan de slag en bieden inwoners proactief een hulpaanbod aan. Om zo escalatie van de betalingsachterstand(en) te voorkomen. Over de wijze van samenwerking rondom de aanlevering, verwerking en terugkoppeling van deze signalen zijn afspraken tussen het college en signaalpartners gemaakt, welke zijn vastgelegd in een convenant. De Wgs schrijft een maximale wachttijd van vier weken voor. In geval van een bedreigende situatie (bv. dreigende uithuiszetting) is dit maximaal drie werkdagen. Als gemeente streven wij naar het zo kort mogelijk houden van de wachttijden. Wij hanteren een wachttijd van 10 werkdagen, met hierbij als uitgangspunt dat, indien mogelijk, binnen 2 werkdagen contact wordt opgenomen met een inwoner die zich meldt en vervolgens binnen 10 werkdagen na de eerste melding een screening, gevolgd door een screeningsgesprek (waarin de hulpvraag wordt vastgesteld) plaatsvindt. Na het eerste gesprek met verzoeker waarin de hulpvraag is vastgesteld wordt binnen maximaal 8 weken een beschikking afgegeven met hierin een toelating, inclusief een plan van aanpak, of weigering tot schuldhulpverlening. Deze termijn volgt uit de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Valkenburg aan de Geul 2021. Als de verzoeker aangeeft af te zien van verdere schuldhulpverlening kan een beschikking achterwege blijven. In het plan van aanpak wordt ten minste de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in acht genomen. Daarnaast worden in dit plan o.a. opgenomen de doelen van de schuldhulpverlening, welk onderdeel of combinatie van onderdelen daartoe worden ingezet, de voorwaarden waaronder dit gebeurt en de duur van het traject. Het college geeft de verzoeker inzicht in de doorlooptijd (het aantal weken tussen het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld en het bereiken van het resultaat) van zijn of haar schuldhulpverleningstraject. Ook daar is het uitgangspunt: hoe korter, hoe beter. Voor de doorlooptijd geldt geen vaste termijn. De doorlooptijd kan per verzoeker verschillen, afhankelijk van de situatie. Zo maakt het verschil uit of enkel sprake is van een financieel probleem of dat ook sprake is van andere problemen zoals bijvoorbeeld een verslaving. Ook de aard van de schulden speelt een rol. Sommige schulden zijn niet direct op te lossen. Verder heeft verzoeker zelf ook een grote invloed op de doorlooptijd. Wanneer een verzoeker bijvoorbeeld kampt met psychische problemen of weinig tot geen inzicht heeft in zijn eigen administratie kan dit van invloed zijn op onder andere het (tijdig) aanleveren van stukken, wat weer van invloed kan zijn op de doorlooptijden van een traject. Ook de gemeente zelf heeft invloed op de snelheid van het proces, bijvoorbeeld als er sprake is van een re-integratietraject (eventuele inkomen groeit, waardoor aflossingscapaciteit toeneemt). Op de aspecten waar de gemeente invloed op heeft wordt actief gestuurd om de wacht- en doorlooptijden zo kort mogelijk te houden.

Rechtspraak bij dit artikel