De directeur wordt ondermandaat verleend voor het uitoefenen van de hierna volgende bevoegdheden:
De bevoegdheden opgenomen in de Verordening op het binnenwater 2010 met uitzondering van de bevoegdheid om nadere regels te stellen en de bevoegdheden genoemd in hoofdstuk 4 van de Verordening op het binnenwater 2010.
Alle bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht die zien op uitvoering van de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en de Verordening op het binnenwater 2010, voor zover opgedragen aan de stedelijk directeur.
De (nautische) bevoegdheden genoemd in de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer met betrekking tot vaarwegen in beheer of onderhoud bij de gemeente Amsterdam, met uitzondering van de doorgaande vaarroutes te weten: De Kostverlorenvaartroute (ook wel Staande Mast Route) en de Oostroute (ook wel Amstelroute).
De bevoegdheid een persoon bevoegd te verklaren tot het aan de scheepvaart geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen als bedoeld in artikel 5.1., aanhef, onder b., van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren.