Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels Wet goed verhuurderschap gemeente De Bilt 2025

1.. Bij vaststelling van een tweede (en iedere daaropvolgende) overtreding van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, op basis van artikel 2 of artikel 2a van de wet, of van de verboden bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet, kan het college een bestuurlijke boete opleggen. 2.. Geconstateerde overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete op grond van artikel 19 van de wet is opgelegd, worden door het college in beginsel openbaar gemaakt. Dit geldt ook ten aanzien van een bestuurlijke boete bij recidive. Van openbaarmaking wordt afgezien, indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van het college niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid. De namen van betrokken natuurlijke personen worden niet openbaar gemaakt, indien het belang van openbaarmaking naar het oordeel van het college niet opweegt tegen het belang, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid. 3.. Bij toepassing van het gestelde in het eerste lid van dit artikel hanteert het college de boetes, zoals vermeld in bijlage 1 van deze beleidsregels. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige verhuurders en andere verhuurders, zoals genoemd in artikel 4 van dit artikel. De boetes bij recidive zijn zwaarder. 4.. Van een bedrijfsmatige exploitatie is in de volgende gevallen sprake: De overtreder (onder)verhuurt aantoonbaar meerdere woonruimtes of is in het bezit van meerdere woonruimtes. Uit de omvang van de exploitatie blijkt het bedrijfsmatige aspect. De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met regelgeving omtrent huisvesting en exploitatie van onroerende zaken. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus, sleutelbedrijven en bedrijven, die zich bezighouden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder. De overtreder (onder)verhuurt de woonruimte voor een prijs hoger dan de marktconforme vastgestelde huurprijs. 5.. In het geval dat een overtreding van het handelen in strijd is met de regels van goed verhuurderschap en op basis van artikel 2 of artikel 2a van de wet tevens ook strafbaar is, vindt op basis van artikel 5:44 van de Algemene wet bestuursrecht een overleg plaats tussen het college en het Openbaar Ministerie. 6.. In het overleg, als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van deze beleidsregels, maakt het college in samenspraak met het Openbaar ministerie de afweging onder welke omstandigheden wordt gekozen voor een bestuurlijke en/of strafrechtelijke afdoening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel