Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Onderwerp van participatie

Onderdeel van Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Voorst

1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast, met inachtneming van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid. 2.. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3.. Participatie van en overleg met derden is in ieder geval verplicht voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het bestuursorgaan bevoegd gezag is. 4.. De participatie en het overleg als bedoeld in het derde lid, dient in overeenstemming te zijn met het gemeentelijke participatiebeleid. 5.. Het bestuursorgaan kan besluiten tot afwijking van het derde lid als: a.. aannemelijk is dat de belangen van personen niet rechtstreeks bij het te nemen besluit zijn betrokken; b.. de aard, omvang, intensiteit dan wel frequentie van de activiteit zodanig beperkt is dat participatie geen toegevoegde waarde heeft voor de besluitvorming. 6.. Er vindt geen participatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als: a.. participatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; b.. de uitkomst van de participatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; c.. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor de (algemene) veiligheid en gezondheid en voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; d.. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; e.. het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat; f.. het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Rechtspraak bij dit artikel