Het verhuren van sociale huurwoonwagens is geen wettelijke taak van een gemeente. Het is expliciet een taak van woningcorporaties om te zorgen voor het bouwen, verhuren en beheren van woningen ten behoeve van specifieke doelgroepen zoals woonwagenbewoners. De gemeente is wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het woonwagenbeleid. Ruimtelijk moet worden ingepast waar standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften (brandveiligheid) en openbare orde.
Woningcorporaties hebben onder de Algemene Wet Gelijke Behandeling een zelfstandige verplichting om te voldoen aan de non-discriminatie standaarden.
Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van de woningcorporaties.
Uit het beleidskader Woonwagenbeleid BZK 2018 is het volgende te concluderen:
De gemeente zorgt voor een stuk grond met de bestemming ‘standplaats’;
De woningcorporatie zorgt voor het plaatsen, verstrekken van huurwoonwagens en de exploitatie ervan. Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat de woningcorporatie alleen hoeft te zorgen voor diegenen die tot haar doelgroep behoren, dat zijn de huishoudens met een inkomen lager dan de sociale inkomensgrens.
In het geval van huurstandplaatsen en huurwoonwagens vraagt de gemeente woningcorporatie Leystromen hierin te voorzien. In overleg met de corporaties zal worden bepaald welke investeringsruimte hiervoor beschikbaar is en op welke termijn. Dit wordt opgenomen in de prestatieafspraken die het college maakt met Leystromen.