Naar hoofdinhoud

Artikel 4.1

Toewijzing

Onderdeel van Woonwagenbeleid Gemeente Baarle-Nassau 2025

College en corporaties hanteren het regionale toewijzingssysteem zoals beschreven in het Regionaal handelingsperspectief regio Hart van Brabant 2022, waarbij de volgende uitgangspunten gelden: Wonen in familieverband Wonen in een woonwagen Mensen uit de regio Hart van Brabant hebben voorrang op mensen uit de rest van Nederland Er wordt gewerkt met voorrangsgroepen. Woonwagenbewoners uit gemeente Baarle-Nassau hebben voorrang op woonwagenbewoners uit de regio en op de rest van het land. Dit wordt nader uitgewerkt in onderstaande regels. Toewijzing op bestaande locaties vindt plaats conform de toewijzingsregels woonwagenstandplaatsen Hart van Brabant. Bij het vaststellen van de punten (op het moment dat er een standplaats vrijkomt op een locatie) en vervolgens het toekennen, gelden de volgende regels: Inschrijver woont vanaf de geboorte onafgebroken bij de (groot)ouders op een standplaats op deze locatie, en hier blijven mensen wonen nadat de inschrijver een standplaats krijgt toegewezen (=starter). 100 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 1e graads familie op deze locatie, maar woont op een standplaats op een andere locatie, en die standplaats komt vrij (=doorstromer). 80 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 1e graads familie op deze locatie, maar woont in een reguliere woning (=spijtoptant). 70 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 1e graads familie op deze locatie, en woont (aantoonbaar) minimaal 3 jaar op een standplaats op een andere locatie, maar is geen hoofdbewoner. De standplaats komt niet vrij (=inwonende van een woonwagen). 60 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 2e of 3e graads familie op deze locatie, maar woont op een standplaats op een andere locatie en die standplaats komt vrij (= doorstromer). 50 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 2e of 3e graads familie op deze locatie, maar woont in een reguliere woning (= spijtoptant). 40 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 2e of 3e graads familie op deze locatie, en woont (aantoonbaar) minimaal 3 jaar op een standplaats op een andere locatie, maar is geen hoofdbewoner. De standplaats komt niet vrij (=inwonende). 30 punten Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft geen familie op deze locatie, maar woont in een reguliere woning in de gemeente van deze locatie (=spijtoptant). 25 punten Iedere maand dat iemand ingeschreven staat bij Woning in Zicht, levert een punt op. Bij het aanleggen van nieuwe standplaatsen gelden de volgende uitzonderingen op bovenstaande regeling: Woonwagenbewoners die reeds woonachtig zijn in de gemeente waar de standplaatsen worden aangelegd, krijgen altijd voorrang ten opzichte van woonwagenbewoners die in andere gemeenten in de regio wonen. Pas na de sortering op de huidige woongemeente wordt het puntenaantal per geïnteresseerde bepaald. Geïnteresseerden vanuit andere gemeenten mogen wel reageren op de betreffende nieuwe standplaatsen. Als er vanuit de eigen gemeente te weinig geïnteresseerden zijn voor de nieuw aangelegde standplaatsen, wordt daarna het puntenaantal van de overige geïnteresseerden bepaald en op volgorde daarvan worden de resterende standplaatsen toegewezen. Bij de aanleg van geheel nieuwe woonwagenlocaties (dus geen inbreiding of het toevoegen van standplaatsen aansluitend aan een bestaande locatie), kan er geen sprake zijn van starters of doorstromers. In dat geval wordt er daarom bij alle geïnteresseerden enkel gekeken naar het aantal maanden dat iemand ingeschreven staat, maar dit heeft alleen betrekking op nieuwe standplaatsen. Voor bovenstaande plaatsen gelden bovengenoemde regels. De periode dat een standplaatszoekende bij een gemeente was ingeschreven wordt toegevoegd aan periode dat deze bij Woning in Zicht is ingeschreven. (1) Daar waar in de toewijzingsregels “ouders” staat kan in voorkomende gevallen ook “voogd” gelezen worden.

Rechtspraak bij dit artikel