In de landschappelijke verkenning worden twee soorten ontwerpprincipes voor windparken onderscheiden: de opstelling in het landschap (plaatsingsstrategie) en de opstelling als zichtbare laag (opstellingseigenschappen):
Plaatsingsstrategie
Verschillen tussen landschappen worden gerespecteerd, bijvoorbeeld door het park te plaatsen in één specifiek type landschap.
De turbines sluiten aan op de (richting van de) A15 en de Betuweroute: indien noodzakelijk kan een kleine afwijking van de lijn worden overwogen
Er dient rekening gehouden te worden met de horizon in het plangebied door de individuele locaties van de windturbines zorgvuldig af te wegen
Geadviseerd wordt de vormgeving van het windpark af te stemmen met het toekomstige windpark Caprice
Opstellingseigenschappen
Ruimte wordt geboden voor een lijnopstelling met tenminste 3 windturbines
Alle windturbines hebben dezelfde kleur, verschijningsvorm en as- en tiphoogte
Alle windturbines bevinden zich in een gelijk stramien op de hartlijn
De voet van de turbine is zo eenvoudig mogelijk ontworpen
Het gebruik van bijbehorende elementen (hekwerken, transformatorhuisjes, etc.) wordt geminimaliseerd of zo veel mogelijk geïntegreerd in de omgeving