Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.2.2

Windenergie

Onderdeel van Energievisie A15-Betuweroute

In de landschappelijke verkenning worden twee soorten ontwerpprincipes voor windparken onderscheiden: de opstelling in het landschap (plaatsingsstrategie) en de opstelling als zichtbare laag (opstellingseigenschappen): Plaatsingsstrategie Verschillen tussen landschappen worden gerespecteerd, bijvoorbeeld door het park te plaatsen in één specifiek type landschap. De turbines sluiten aan op de (richting van de) A15 en de Betuweroute: indien noodzakelijk kan een kleine afwijking van de lijn worden overwogen Er dient rekening gehouden te worden met de horizon in het plangebied door de individuele locaties van de windturbines zorgvuldig af te wegen Geadviseerd wordt de vormgeving van het windpark af te stemmen met het toekomstige windpark Caprice Opstellingseigenschappen Ruimte wordt geboden voor een lijnopstelling met tenminste 3 windturbines Alle windturbines hebben dezelfde kleur, verschijningsvorm en as- en tiphoogte Alle windturbines bevinden zich in een gelijk stramien op de hartlijn De voet van de turbine is zo eenvoudig mogelijk ontworpen Het gebruik van bijbehorende elementen (hekwerken, transformatorhuisjes, etc.) wordt geminimaliseerd of zo veel mogelijk geïntegreerd in de omgeving

Rechtspraak bij dit artikel