Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 5

Toestaan grotere kavelgeluidruimte

Onderdeel van Geluidverdeelplan Eemshaven en Oostpolder

1.. Dit artikel is van toepassing wanneer niet wordt voldaan aan het criterium uit artikel 4 lid 1, 2 en 3. Over het algemeen zullen beide criteria van lid 1 in samenhang worden beoordeeld: hoe groter de aantasting van de reserve, hoe meer maatregelen mogelijk moeten worden verlangd, c.q. hoe verdergaand aangetoond zal moeten worden dat de geluidbelasting niet verder kan worden verlaagd. Voorwaarde a: De toetsing van vindt plaats op de beoordelingspunten, dus het al dan niet toestaan van een grotere geluidruimte wordt ook beoordeeld op het effect op de beoordelingspunten. Afhankelijk van de situatie, zoals de grootte van het gebruikt kaveloppervlak, de ligging ten opzichte van de beoordelingspunten en de richting van de geluiduitstraling, zal een grotere geluidruimte effect kunnen hebben op één maar vaak op meerdere beoordelingspunten. Bij de beoordeling zal hiermee rekening worden gehouden. Het onevenredig aantasten van de reserve moet worden voorkomen. In dat geval kunnen immers de gebruiksmogelijkheden van de overige kavels of ligplaatsen wanneer daar extra ruimte noodzakelijk is, of andere toekomstige ontwikkelingen onevenredig worden beperkt. Op het moment dat het plan in werking treedt, is het zonebeheerteam nog niet ingesteld. Zolang het zonebeheerteam nog niet is ingesteld, wordt gebruik gemaakt van het advies van de zonebeheerder. Voorwaarde b: Aan het aantonen dat de grotere kavelgeluidruimte nodig is, kan bijvoorbeeld invulling worden gegeven door te beschrijven welke maatregelen reeds zijn voorzien, aangevuld met een beschouwing van de mogelijkheden, de geluidreductie en de kosten en baten van het beperken van de geluidruimte tot het geldend kavelbudget dan wel tot de grotere kavelgeluidruimte). Wanneer het niet mogelijk is om aan het kavelbudget c.q. de grotere kavelgeluidruimte te voldoen, is het niet voldoende in de beschouwing met die constatering te volstaan. Er moet dan getracht worden de overschrijding zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor kan nodig zijn meerdere varianten te bezien, bijvoorbeeld in stappen van bijvoorbeeld 0.5 of 1.0 dB geluidreductie. Bovenstaande beoordelingen borgen tevens dat de wettelijke bepalingen en grenswaarden van Wgh, Wabo en Wm in acht genomen worden. De totaal vergunde geluidruimte is immers altijd kleiner dan de totaal vergunde geluidruimte plus de budgetten en een reserve die nihil is. Het toestaan van de grotere kavelgeluidruimte door het bevoegd gezag leidt op het moment van haar besluit tot het ontstaan van een nieuwe dan wel een verandering van een al aanwezige grotere kavelgeluidruimte. 2.. De kavelbudgetten op Eemshaven en Oostpolder zijn zo gekozen dat zij circa 2 dB lager zijn dan de totale geluidruimte voor kavelgeluid. Het verschil is opgenomen in de reserve, die gebruikt kan worden voor kavel- en nestgeluid samen. Bij het in werking treden van het GVP is deze reserve voor Oostpolder uiteraard nog in zijn geheel beschikbaar. Voor Eemshaven geldt dat deze al gedeeltelijk is gebruikt voor bedrijfsactiviteiten in de vorm van een grotere kavel- en nestgeluidruimte. Deze gegevens bieden een eerste aanknopingspunt voor de beoordeling van het aspect onevenredige aantasting van de reserve. Of sprake is van onevenredig wordt beoordeeld onder andere in relatie tot de nog beschikbare reserve én tot de activiteit. Wanneer de reserve op een beoordelingspunt en in een bepaalde etmaalperiode nog groot is, kan er meer worden toegelaten dan wanneer deze al klein is. Een grote bedrijfsactiviteit zal en mag een grotere geluidimpact op de totale geluidbelasting kunnen hebben dan een kleine. De reserve zal door een grote activiteit ook sneller op meerdere beoordelingspunten worden aangetast. Of een bedrijfsactiviteit als groot of klein bestempeld wordt, hangt af van het gebruikt geluidoppervlak en het daarop liggend kavelbudget, maar kan ook van andere factoren afhangen. Bovenstaande impliceert dat ook van een onevenredige aantasting van de reserve sprake kan zijn bij grote overschrijdingen van het standaard kavelbudget over een klein gebruikt kaveloppervlak. In dat geval kan het effect op de totale geluidbelasting vanwege de industrieterreinen weliswaar zeer beperkt zijn, maar wordt in verhouding tot het gebruikt kaveloppervlak relatief veel geluidruimte in beslag genomen. Wanneer zoiets plaatsvindt op een geluidkavel met een relatief klein kavelbudget, moet wellicht worden geoordeeld dat deze locatie voor deze activiteit niet geschikt is. Op dit moment is het vrijwel onmogelijk om in de toekomst te kijken en een schatting te maken van de omvang van de in de toekomst voor bedrijven benodigde grotere geluidruimte. Met dit aspect kan daarom op dit moment bij de beoordeling nog geen rekening worden gehouden. Vooralsnog betrekken de gemeente en de provincie bij de beoordeling uitsluitend geluidargumenten. Een voorrangsbeleid ten aanzien van gewenste of minder gewenste bedrijven speelt hierbij géén rol. 3.. Via een optimale indeling van het terrein waarop de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, kan in sommige situaties reductie van de geluidimmissie worden bereikt. Dit artikel borgt dat dit aspect in de beoordeling van voorwaarde b wordt betrokken. 4.. De grotere kavelgeluidruimte wordt vastgelegd in de vergunning. Vastgelegd wordt de kavelgeluidruimte voor zover groter dan het standaard kavelbudget over het gebruikt kaveloppervlak. De immissiewaarden hiervan worden vastgelegd op de beoordelingspunten van het GVP, zoals berekend in het (actuele) geluidverdeelmodel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel