Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Berekening 10-6 contour bij Bevi-bedrijven

Onderdeel van Beleidsregels externe veiligheid Oostpolder, Groningen

1.. De berekening van het plaatsgebonden 10-6 risicocontour van een Bevi-bedrijf moet plaatsvinden met het wettelijk aangewezen rekenprogramma en de versie hiervan, die vigerend is ten tijde van de vergunningaanvraag. 2.. De 10-6 contour betreft de wettelijk voor het Bevi-bedrijf aangegeven vaste afstand dan wel de berekende 10-6 contour van die activiteit op basis van lid 1. 3.. De toetsing aan de cumulatieve PR 10-6-contour moet plaatsvinden met het wettelijk aangewezen rekenprogramma en de versie hiervan, die vigerend is ten tijde van de vergunningaanvraag. 4.. De berekening of wordt voldaan aan de cumulatieve PR 10 6 contour vindt plaats op basis van de laatste vergunningsaanvraag in combinatie met alle eerder vergunde (risicovolle) inrichtingen in het plangebied. Als een latere versie van het rekenprogramma – bij eenzelfde input van de berekening - een grotere cumulatieve contour berekent die niet meer past binnen de artikel 14 Bevi contour, dan geldt er een eerbiedigende werking. De reeds verleende vergunningen blijven in stand en de grotere cumulatieve contour vervangt de bij het PIP vastgestelde contour vanwege die eerbiedigende werking. 5.. Het aangewezen rekenprogramma voor windturbines is het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV, 2020 of een nieuwere gewijzigde versie hiervan. 6.. Indien de Regeling externe veiligheid inrichtingen een vaste afstand geeft voor de 10-6-contour, dan beoordeelt het bevoegd gezag of de individuele 10-6-contour een relevante bijdrage aan de artikel 14-Bevi-contour. 7.. Als de individuele contour, zoals genoemd onder lid 6, een relevante bijdrage kan leveren, moet de 10-6-contour alsnog berekend worden om de cumulatieve toetsing mogelijk te maken. 8.. Indien voor een risicovolle activiteit geen rekenmethode beschikbaar is, zoals thans bij de lithium houdende producten, dan vindt beoordeling van het risico, na consultatie van de Veiligheidsregio en het RIVM, plaats op basis van professioneel inzicht. Het bevoegd gezag kan – ten behoeve van de inhoudelijke beeldvorming en besluitvorming - hierbij een beroep doen op externe deskundigen. De kosten van ondersteuning door externe deskundigen worden in rekening gebracht bij de aanvrager van de vergunning. 9.. Windturbines worden niet betrokken bij de beoordeling van het cumulatieve risico op de artikel 14 Bevi-contour. 10.. De rapportage moet samen met de met de PSU-files van de berekening, verstrekt worden aan het bevoegd gezag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel