**1..** Het college kan, onverminderd artikel 12 Pw, bijzondere bijstand verstrekken aan personen van 18, 19 of 20 jaar als deze persoon uitwonend is en:
de ouders zijn overleden;
de ouders duurzaam in het buitenland, zijnde buiten een land binnen de EU-EER verblijven;
sprake is van een aantoonbare ernstig verstoorde relatie tussen de ouders en de jongere, waardoor de jongere aantoonbaar zijn ouders niet op hun onderhoudsplicht kan aanspreken; of
de ouders aantoonbaar niet kunnen bijdragen in de kosten.
**2..** De hoogte van de bijzondere bijstand, als bedoeld in het lid 1, voor jongeren niet in een inrichting is gelijk aan het verschil tussen de van toepassing zijnde jongerennorm en het bedrag dat een 21-jarige in dezelfde situatie zou krijgen.
**3..** De hoogte van de bijzondere bijstand, als bedoeld in lid 1, voor jongeren wel in een inrichting wordt bepaald aan de hand van de individuele situatie en bedraagt minimaal 75% van de norm van een alleenstaande van 21 jaar en ouder in een inrichting en maximaal 100% van de norm van een alleenstaande van 21 jaar en ouder in een inrichting.
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.1
Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen
Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Oirschot 2026