Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 18.

Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden

Onderdeel van Verordening Maatschappelijk Ondersteuning West Maas en Waal 2025

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 en 2.6.6 van de Wmo en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: Een vaste prijs of tarief, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of Een reële prijs, gebaseerd op de vastgestelde kostprijselementen uit de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo 2015, die geldt als ondergrens voor: Een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde; en De vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: Overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wmo; en Rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitsverhouding bij de vaststelling van de prijs of tarief die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met de navolgende kostprijselementen; De kosten van de beroepskracht; Redelijke overheadkosten; Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; Reis- en opleidingskosten; Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; Overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijven aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel