Een hulpvraag kan door of namens de inwoner bij het college worden gemeld;
Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk en voert een onderzoek uit, op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel en conform de vereisten uit artikel 2.3.2 lid 4 van de wet, naar de aanvraag.
Het college bepaalt met inachtneming van artikel 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de Wmo bij nadere regeling, op welke wijze in samenspraak met de inwoner wordt vastgesteld of de inwoner voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.
Het college informeert de inwoner over de mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk ondersteuningsplan en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Het college betrekt het persoonlijk ondersteuningsplan bij het onderzoek als bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding zo spoedig mogelijk een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in artikel 5.
Hoofdstuk 2:
Artikel 3.
Toegang maatschappelijke ondersteuning
Onderdeel van Verordening Maatschappelijk Ondersteuning West Maas en Waal 2025