Het college voert op basis van de melding zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken een onderzoek uit ter verheldering van de hulpvraag.
Het onderzoek moet in ieder geval de volgende punten vaststellen:
Duiding van de precieze hulpvraag;
Wat de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie zijn;
De aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijke maatschappelijke ondersteuning;
De mogelijkheden tot de inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk en algemene voorzieningen;
Of er voor het college nog iets te compenseren overblijft.
In de nadere regels kan nader worden uitgewerkt waar het onderzoek aan moet voldoen.
Tijdens het onderzoek wordt aan de inwoner in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn.
Het college informeert de inwoner over de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 6 in te dienen.
Als de situatie van de inwoner bij het college voldoende bekend is, kan het onderzoek in overleg met de inwoner worden beperkt tot de onderdelen die volgens het college en de inwoner of zijn vertegenwoordiger van belang zijn in relatie tot de melding.
Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de inwoner, zijn mantelzorger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen deskundige.
Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen.
Hoofdstuk 2:
Artikel 5.
Onderzoek
Onderdeel van Verordening Maatschappelijk Ondersteuning West Maas en Waal 2025