Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Bepalingen bij begeleiding en dagbesteding

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Koggenland

1.. De gemeente gebruikt bij de bepaling van de hoogte van de indicatie een normenkader. 2.. Het normenkader wordt ingezet bij inwoners die een melding en/of aanvraag doen voor een maatwerkvoorziening voor begeleiding en/of dagbesteding. 3.. Bij begeleiding worden drie typen begeleiding onderscheiden: praktisch, basis en specialistisch. 4.. Begeleiding praktisch wordt verstrekt als: de inwoner ondersteuning nodig heeft bij het aanbrengen van structuur, dan wel het uitvoeren van regie en/of het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen en het participeren in de maatschappij; de inwoner moeite heeft met het uitvoeren van activiteiten binnen de routine; de inwoner met stimulans en/of toezicht in staat is zichzelf goed te verzorgen en dagelijks structuur aan te brengen; er geen noodzaak is tot het overnemen van taken; er geen specialistische kennis nodig is. 5.. Begeleiding basis wordt verstrekt als: de inwoner een verstoord ziekte inzicht heeft waardoor er sprake is van (tijdelijk) een onvoldoende zelfbeeld op het bied van beperkingen; de inwoner ondersteuning nodig heeft door een gebrek aan zelfredzaamheid, regie of maatschappelijke participatie; het gaat om beperkingen op één of meer leefgebieden vanwege een beperking, psychische of psychosociale problemen; de inwoner samen met personen uit de naaste omgeving onvoldoende zelfredzaam of onvoldoende in staat is tot participatie; de dagelijkse routine voor de inwoner niet vanzelfsprekend is; structuur en een dagelijkse routine een belangrijk element van de gezondheid, psychische stabiliteit en welzijn is van de inwoner; de inwoner niet zelfstandig plannen of activiteiten kan uitvoeren binnen de dagelijkse routine en daarbij ondersteuning nodig heeft. Er kan noodzaak zijn tot het (tijdelijk) overnemen van taken; er methodisch handelen wordt verwacht van de ondersteuner/begeleider, en kennis en deskundigheid met betrekking tot het ziektebeeld; 6.. Begeleiding specialistisch wordt verstrekt als: er sprake is van zeer complexe problematiek; er sprake is van een ernstig gebrek aan zelfredzaamheid, regie of maatschappelijke participatie waardoor ondersteuning nodig is op meerdere leefgebieden; er sprake is van ernstige gedragsstoornissen, risicovolle instabiele ziektebeelden en/of multi-probleem situaties; de inwoner niet zelfstandig problemen kan oplossen en/of besluiten nemen; de inwoner zorg mijdend gedrag vertoond met het risico op verwaarlozing, destabilisering van de psychiatrische problematiek en/of algehele gezondheid; de voor de inwoner en/of zijn omgeving mogelijk andere veiligheidsrisico’s zijn; de mate van ondersteuningsbehoefte van de inwoner om stabiel te blijven niet door de directe naasten of het sociale netwerk geleverd kan worden; van de begeleider methodisch handelen en vaardigheden op het gebied van crisisinterventie wordt verwacht. 7.. Bij dagbesteding worden twee typen onderscheiden: type A en type B. 8.. Dagbesteding type A wordt verstrekt als: de inwoner begeleid kan worden in een groep van maximaal 8 personen per professional; de inwoner zelfstandig kan meedoen aan de activiteiten en daarbij een lichte tot matige vorm van begeleiding nodig heeft; van de begeleiding algemene kennis en deskundigheid met betrekking tot de doelgroep wordt verwacht. 9.. Dagbesteding type B wordt verstrekt als: de inwoner begeleid kan worden in een groep van maximaal 6 personen per professional; de inwoner een intensieve vorm van begeleiding nodig heeft bij deelname aan de activiteiten; van de begeleiding specialistische expertise en deskundigheid met betrekking tot de problematiek wordt verwacht.

Rechtspraak bij dit artikel