Op de eigen bijdrage zijn de landelijke regels van toepassing zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Hiervoor geldt vanaf 2020 een zogenaamde abonnementstarief Wmo. De hoogte van de eigen bijdrage is gelijk aan het geldende abonnementstarief per maand, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd.
Aanvullend op artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015, is geen bijdrage verschuldigd voor algemeen maatschappelijk werk (AMW).
Onder het abonnementstarief vallen maatwerkvoorzieningen, pgb’s en algemene voorzieningen, waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. De bijdrage wordt geïnd door het CAK. Het college levert informatie over de start van de ondersteuning of de kostprijs van een voorziening aan bij het CAK. Deze gegevens leiden tot een maximale eigen bijdrage die jaarlijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), totdat de kostprijs van de Wmo-voorziening is betaald of de ondersteuning stopt. De eigen bijdrage wordt alleen opgelegd als er daadwerkelijk een hulpmiddel beschikbaar is gesteld of zorg is geleverd.
Hoofdstuk 3
Artikel 14.
Duur en hoogte eigen bijdrage
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning West Maas en Waal 2025