Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 17.

Vervoersprobleem

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning West Maas en Waal 2025

Een voorziening voor sociaal recreatief vervoer kan worden geïndiceerd als een inwoner een vervoersprobleem heeft. Er is sprake van een vervoersprobleem wanneer de inwoner als gevolg van zijn beperkingen: Niet in staat is de bestemmingen te bereiken die noodzakelijk zijn om te komen tot een aanvaardbaar niveau van participatie; De aanwezige algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals een fiets of een auto in verband met de vervoersbehoefte geen of onvoldoende oplossing biedt; Voorliggende voorzieningen zoals vervoersmaatjes, vervoersinitiatieven geen of onvoldoende oplossing biedt en/of; Belemmeringen ondervindt in het gebruik van het regulier openbaar vervoer. Beperkingen bij het gebruik van het regulier openbaar vervoer kunnen bijvoorbeeld door de volgende oorzaken worden veroorzaakt: De inwoner kan het openbaar vervoer niet gebruiken omdat de loopafstand beperkt is tot maximaal 800 meter; Openbaar vervoer is door andere beperkingen niet toegankelijk voor de inwoner; De inwoner is niet in staat te wachten; Er is sprake van ernstige incontinentieproblemen van ontlasting; Ernstige gedragsproblemen, allergieën of overgevoeligheid voor ziekteverwekkers. Het ondervinden van een eventueel positief effect op de gezondheid of het plezier tijdens het vervoer worden niet meegewogen in de noodzaak voor het toekennen van een maatwerkvoorziening voor sociaal recreatief vervoer. Een vervoersvoorziening wordt geweigerd indien de inwoner: in bezit is van een auto die hij gebruikt, en bij het gebruik van de auto geen problemen ondervindt, en de auto voorziet in de lokale vervoersbehoefte. Er wordt altijd uitgegaan van de goedkoopst adequate oplossing, eventuele meerkosten omdat men een duurdere of meer luxere voorziening wenst moeten zelf betaald worden.

Rechtspraak bij dit artikel