**1..** De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd indien de belanghebbende;
inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft wat meer bedraagt dan 115% van het leefgeld;
een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt wat meer bedraagt dan 115% van het leefgeld;
gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;
inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt;
**2..** De verstrekking van het leefgeld kan worden beperkt of ingetrokken indien de belanghebbende;
geen gebruik meer maakt van opvang omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen;
ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling;
een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen.
**3..** Indien de in het eerste lid bedoelde belanghebbende minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de verstrekking van het leefgeld van die minderjarige.
**4..** Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening is/zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.
**5..** De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken.