Restgrond wordt niet uitgegeven indien:
het afbreuk doet aan de bestaande en/of toekomstige (naastgelegen) infrastructuur en/of wegenstructuur.
de betreffende grond mogelijk (deels of geheel) van enig belang kan zijn en/of nodig kan zijn voor een (toekomstige) reconstructie of de uitbreiding van de infrastructuur (bijv. aanleg van parkeerplaatsen).
Het een nadelig effect heeft of kan hebben op de verkeersveiligheid.
Het een nadelig effect heeft of kan hebben op het onderhoud van de bestaande en/of toekomstige (naastgelegen) infrastructuur en/of wegenstructuur.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.6
Verkeerssituatie
Onderdeel van Beleid ‘Uitgifte restgrond 2025’