Het subsidieplafond voor deze subsidieregeling wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 467.662,91.
De verstrekking van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten en daarbij vermelde maximale aantal punten:
**a..** Eerdere aantoonbare ervaring met de lokale uitvoering van de ketenaanpak valpreventie
0 punten – geen ervaring
20 punten – wel ervaring met de lokale uitvoering van de ketenaanpak valpreventie in het jaar 2024 of 2025
40 punten – wel ervaring met de lokale uitvoering van de ketenaanpak valpreventie in het jaar 2024 en 2025
**b..** De mate van samenwerking (excl. Eindhoven Sport) om de ketenaanpak te realiseren
0 punten – geen partners/onderaannemers
10 punten – 1 partner/onderaannemer
20 punten – 2 partners/onderaannemers
30 punten – 3 partners/onderaannemers
40 punten – 4 of meer partners/onderaannemers);
**c..** De breedte van het aanbod aan valpreventieve beweeginterventies
0 punten - 1 valpreventieve beweeginterventie
20 punten - 2 soorten valpreventieve beweeginterventies, voor zowel matig als hoog valrisico
40 punten – 3 of meer soorten valpreventieve beweeginterventies, voor zowel matig als hoog valrisico
Het college stelt de onderlinge rangschikking van de aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast op basis van laagste prijs. De laagste prijs wordt bepaald door de totale kosten van de begroting van de subsidieaanvraag per wijk te delen door het beoogde aantal deelnemers voor een valrisicotest (bijlage 1).
Artikel 11
Subsidieplafond en wijze van verdeling
Onderdeel van Subsidieregeling Ketenaanpak Valpreventie 2026