Naar hoofdinhoud
1.. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders Ambassadeursoorten: Om de biodiversiteit te stimuleren zijn een aantal ambassadeursoorten geselecteerd die ieder een eigen rol vervullen. Door voor deze diersoorten gericht een habitat (leefgebied) te maken, wordt de omgeving eveneens geschikt voor nog veel meer diersoorten die gebruikmaken van dezelfde natuurtypen. Ook wordt hiermee aandacht besteed aan verschillende aspecten die zorgen voor een goede basiskwaliteit natuur en veel biodiversiteit in het gebied. Biodiversiteit: De verscheidenheid aan soorten planten, dieren en micro-organismen, even als de genetische variatie binnen soorten en ecosystemen. Hoe groter de verscheidenheid aan soorten en genetische variatie, hoe hoger de biodiversiteit. Gebouwbewonende soorten: Dit zijn diersoorten die hun slaap- en/of broedplaats in of op gebouwen vinden. Veelvoorkomende gebouwbewonende soorten in stedelijk gebied zijn de gierzwaluw, gewone dwergvleermuis en huismus, maar ook vogels die op daken broeden, zoals de zwarte roodstaart. Gebouwschil: Dit is de grens tussen de binnenzijde van een woning of gebouw en de buitenwereld. De gebouwschil bestaat uit de begane vloer, de buitenmuren, de ramen, de kozijnen, de deuren en het dak. Grootschalige renovatie: Dit zijn renovaties zoals beschreven in de Nota omgevingskwaliteit 2023 en heeft dezelfde betekenis als het begrip ‘ingrijpende’ renovaties uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (“Bbl"). Er is sprake van een grootschalige renovatie als: meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, en deze vernieuwing, verandering of vergroting de integrale gebouwschil betreft, bijvoorbeeld als een dak of gevel volledig wordt opengelegd en vernieuwd. Hoogwaardige habitat: Met het begrip ‘hoogwaardige’ habitat worden de biotische en abiotische eisen van een diersoort in een bepaald leefgebied of leefomgeving bedoeld op grond waarvan de diersoort zich thuis kan voelen en zich zal gaan vestigen. Het omvat alle aspecten van de ontwikkeling van een diersoort die lokaal gerealiseerd kunnen worden. Dit vatten we samen in de verschillende v’s: Voedsel & Vocht, Veiligheid, Verblijven & Voortplantingsmogelijkheden, Verbinding en Variatie. Natuurinclusief bouwen en inrichten: Natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij zowel het bouwwerk als de omgeving samen bijdragen aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Plangebied: Dit is het gebied binnen de plangrenzen zoals aangeduid vanuit ruimtelijke ordening. Dit kan zowel privaat, mandelig, als ook openbaar terrein betreffen. Ruimtelijke opgaven: Hieronder vallen projecten voor grootschalige renovatie, nieuwbouw en herinrichting (reconstructie) van de openbare ruimte en waarvoor de regels van natuurinclusief bouwen en inrichten gelden. 2.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de omgevingswet.

Rechtspraak bij dit artikel