Naar hoofdinhoud
4.3.1 Wegtypen De gemeente Veenendaal hanteert de volgende uitgangspunten bij de gladheidbestrijding: We strooien preventief d.w.z. een aantal uren voordat de gladheid wordt verwacht; Bewoners binnen de bebouwde kom kunnen binnen een redelijke afstand van hun woning (circa 300 tot 400 meter) een gestrooide weg of fietspad bereiken; Buiten de bebouwde kom worden wegen met een redelijke verkeersintensiteit gestrooid. Het wegennet binnen de gemeente Veenendaal vertoont een grote verscheidenheid. Gemotoriseerd verkeer maakt gebruik van hoofdwegen tot en met woonerven; voetgangers en fietsers van trottoirs en fietspaden. Deze verschillende weggebruikers stellen allen hun specifieke en soms tegenstrijdige eisen als het om gladheidbestrijding gaat. Als er onderscheid wordt gemaakt naar doorgaand verkeer en plaatselijk verkeer, zal de eerste categorie de nadruk leggen op het vrijmaken van de hoofdverbindingsroutes en is de andere categorie meer geïnteresseerd in woonstraten en secundaire verbindingen. Dit gegeven maakt het de wegbeheerder onmogelijk om het geheel van wegen, straten en paden bij naderende gladheid in één keer te behandelen. Het zal altijd noodzakelijk zijn om belangen af te wegen en op grond daarvan prioriteiten te stellen. Daarnaast stellen de ligging, de constructie en het gebruik van de verschillende wegtypen bijzondere eisen aan materieel, werkmethoden en strooimiddelen. Soms is het voor strooiwagens ook niet mogelijk om bijvoorbeeld in geval van ijzel, smallere woonstraten, woonerven en pleintjes te bereiken. Voor de bepaling van prioriteiten moet verder rekening gehouden worden met: Diensten of openbare voorzieningen in de gemeente die met zo min mogelijke hinder bereikbaar moeten zijn ( winkelcentra, artsenpraktijken, politie, brandweer, bejaardenhuizen, scholen); Aansluiting op rijkswegen, provinciale wegen en op wegen van buurgemeenten; Gevoelige locaties (bruggen, viaducten, trappen en bepaalde wegdektypen). 4.3.2 Tijdscriteria De coördinator gladheidsbestrijding neemt de beslissing om tot actie over te gaan. De maximale tijdsduur van enige strooiactie mag, vanaf het begin van het zout op de weg brengen, onder normale omstandigheden, niet meer zijn dan 3,5 uur. Deze tijdsnorm is niet van toepassing onder extreme omstandigheden, zoals aanhoudende sneeuwval of ijzel. Gestreefd moet worden om de strooiactie voor de ochtendspits te voltooien. 4.3.3 Doelgroepen Voor de gladheidbestrijding onderscheiden we de volgende doelgroepen: Openbaar vervoer: de busroutes moeten door de gemeente zoveel mogelijk worden schoongehouden. Voor gebruikers van het openbaar vervoer moet het redelijkerwijs mogelijk zijn het openbaar vervoer te bereiken. Hulpdiensten: aanrijroutes voor hulpdiensten. Autoverkeer: gladheidbestrijding vindt in eerste instantie plaats op de gebiedsontsluitingswegen (de zogenaamde hoofd- en verbindingsroutes). Inwoners moeten rekening houden met een maximale afstand van 400 meter om zo’n strooiroute te bereiken. Fietsers, bromfietsers en schoolroutes: Gladheidsbestrijding vindt plaats op alle hoofdfietsroutes. Overige gebruikers: voor overige gebruikers wordt alleen- indien noodzakelijk- in winkelgebieden gestrooid. Met betrekking tot voetpaden en trottoirs zien wij met name een rol voor bewoners en bedrijven, dit sluit aan bij de gedachte van burgerparticipatie. 4.4.4 Prioriteit Strooiroutes Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw wordt gebruik gemaakt van vaste routes, zodat voor iedereen duidelijk is waar de gemeente wel en niet gaat strooien. We onderscheiden: prioriteitsroutes (8 voertuigen); de calamiteitenroute; locaties voor handstrooien; fase 4 routes. Prioriteitsroutes de hoofdwegenstructuur, bestaande uit gebiedsontsluitings-, wijkontsluitings- en buurtontsluitingswegen, zoals vastgesteld in het vigerende omgevingsprogramma; routes voor hulpdiensten zoals brandweer, politie en ambulances; de hoofdfietsroutes, bestaande uit primaire fietsroutes en doorfietsroutes, zoals vastgesteld in het vigerende omgevingsprogramma; de openbaar vervoerroutes zoals vastgesteld in het vigerende omgevingsprogramma; aangevuld met wegen zodat binnen een redelijke afstand (circa 300 tot 400 meter) van de woning een gestrooide route bereikt kan worden; gebieden in of in nabijheid van (hoofd)winkelcentra en openbare gebouwen (gemeentehuis, scholen, stations, enzovoort). Calamiteitenroute Er wordt overgegaan op het strooien van de calamiteiten-strooiroute bij extreme omstandigheden zoals langdurige sneeuwval en/of ijzel of bij optredende zouttekorten. Zowel de rijbanen als de fietspaden van de calamiteitenroute worden gestrooid. Gemeente Veenendaal bepaalt in overleg met de strooicoördinator wanneer wordt overgegaan op het strooien van de calamiteitenroute. Locaties voor handstrooien De gemeente strooit binnen reguliere werktijden handmatig de volgende locaties: de opgang en dekken van houten bruggen; extra sneeuwvrij maken van kruispunten; de Markt (trappen) en omgeving gemeentehuis (trappen). Fase 4 strooien Overige wegen worden in principe niet gestrooid, behoudens in zeer bijzondere gevallen, dit is het zogenaamde fase 4 strooien. De gemeente bepaalt in overleg met de gladheidcoördinator of en wanneer wordt overgegaan op het fase 4 strooien. Het fase 4 strooien vindt plaats binnen reguliere werktijden en pas indien de prioriteitsroutes goed onder controle zijn. Bij langdurige gladheid overleggen gemeente en het strooibedrijf voor het eerst op de 4e dag van gladheid over het strooien van fase 4. Ook de voorspelde weersomstandigheden spelen mee in het besluit over te gaan op fase 4 strooien. 4.4.5 Bijdrage van inwoners en bedrijven aan gladheidsbestrijding Als wegbeheerder roepen we inwoners en bedrijven op om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van hun omgeving. Op diverse, drukbezochte locaties heeft gemeente Veenendaal gele zoutbakken geplaatst waaruit inwoners en medewerkers van scholen, bedrijven of instellingen zout kunnen gebruiken. Wij stellen verder geen zout beschikbaar voor particulier of bedrijfsmatig gebruik.

Rechtspraak bij dit artikel