Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Beoordeling levensgedrag

Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Culemborg

1.. De burgemeester dan wel het college bepaalt per geval, of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning. 2.. De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag, of een wijziging van een bestaande vergunning. 3.. De burgemeester dan wel het college kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon. 4.. De volgende feiten en gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag: gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal, bestuurlijke rapportages of mutaties van de politie; gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders; gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures; strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen; zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard; zaken die zijn geseponeerd; het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd. 5.. In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die in ieder geval meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel