Naar hoofdinhoud
Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan Ieder huishouden waarvan het BSN van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap) biedt hier een grondslag voor. Artikel 2.1 en 2.2: Ambtshalve toekennen aan reeds bekende huishoudens die niet op de lijst van de Belastingdienst staan In de format beleidsregels van de VNG zijn in artikel 2.2 en 2.3 twee keuzes opgenomen om de vaste tegemoetkoming ambtshalve toe te kennen aan huishoudens die al bij de gemeente bekend zijn, maar voor het betreffende jaar niet op de lijst van de Belastingdienst staan. De eerste keuze regelt dat de bekende huishoudens uit fase I in 2025 (fase II) ambtshalve uitgekeerd krijgen. De tweede keuze regelt dat wanneer in fase II een huishouden bekend is/wordt, er alleen voor de jaren in fase II ambtshalve uitgekeerd kan worden. De gemeente kiest voor beide: Hierdoor worden huishoudens minder belast en het vermindert het capaciteitsbeslag bij de gemeentelijke uitvoering. Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan de gemeente voor een eerder jaar heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in een ander jaar weer alleenverdienerhuishouden zijn maar niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van jaar t-2. Om de inwoners zo min mogelijk te belasten is er voor gekozen beide opties over te nemen De voorwaarden voor beide opties zijn opgenomen in de beleidsregel (artikel 2.1 en 2.2). Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan de gemeente de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek. Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door de gemeente. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd. Let op! Voor het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming aan al bekende huishoudens moet een vermoeden bestaan dat het om een alleenverdienerhuishouden gaat. Dit vermoeden kan nooit blijken uit het feit dat het huishouden het jaar daarvoor op de lijst van de Belastingdienst stond en daarom ambtshalve een tegemoetkoming ontvangen heeft. Dit komt omdat de lijst van de Belastingdienst gegevens bevat over vastgestelde inkomens van twee jaar eerder (t-2). Het is bekend dat een deel van de huishoudens (ca 50%) op de lijst feitelijk al geen alleenverdienerhuishouden meer is op het moment dat zij ambtshalve de tegemoetkoming ontvangen. Een vermoeden dat een recht bestaat op de vaste tegemoetkoming zal dus altijd moeten zijn gebaseerd op een situatie dat de gemeente in een eerder jaar zelf heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel