Het college maakt gebruik van de bevoegdheden, zoals deze in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz en Wmo2015 aan het college zijn gegeven, tot:
het opschorten, herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel 54, lid 1, 3 en 4 van de Participatiewet, artikel 17, lid 1, 3 sub b en 4 van de IOAW en IOAZ en artikel 2.3.10 lid 1 onderdeel a Wmo 2015;
het terugvorderen van ten onrechte verleende uitkering zoals neergelegd in de artikelen 58 en 59 Participatiewet en 25, tweede en derde lid en 26 IOAW en IOAZ en hoofdstuk IV Bbz dan wel het terugvorderen ter hoogte van de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb zoals neergelegd in artikel 2.4.1. van de Wmo 2015;
het verrekenen van de in de voorafgaande maanden ontvangen middelen met de uitkering zoals neergelegd in de artikelen 58, lid 4, Participatiewet en 25, lid 4, IOAW/IOAZ.;
het bruteren van de vordering die is ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij niet tijdige betaling.
Deze algemene verplichtingen zoals hierboven beschreven gelden behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2.