Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 10

Tijdsduur vergunningen

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen Valkenswaard 2020

In artikel 1.7 van de APV is bepaald dat vergunningen, verleend op grond van de APV, gelden voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Omdat sprake is van schaarse vergunningen verzet de aard van de vergunningen zich tegen verlening voor onbepaalde tijd. Vaste standplaatsen worden verleend voor een periode van vijftien jaar. Deze termijn is ruimer dan de termijn uit het vorige beleid, te weten vijf jaar met de optie op verlenging van vijf jaar. Voor deze verruimde termijn is gekozen om te voorzien in een goede terugverdientijd voor ondernemers. Uit het rapport “schaarse vergunningen op de markt” van belangenvereniging Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) blijkt dat de terugverdientijd van de investeringen voor een ambulant handelaar, zich hoofdzakelijk bevindt in de range van vijf tot vijftien jaar.4CVAH en Garma B.V. (2019) Schaarse vergunningen op de markt, een onderzoek naar de gevolgen, Pag. 19 Met een onderbezetting van één dag in de week, is de terugverdientijd zo’n vijftien jaar voor de meeste ondernemers.5CVAH en Garma B.V. (2019) Schaarse vergunningen op de markt, een onderzoek naar de gevolgen, Pag. 20 Om die reden wordt de tijdsduur voor de vergunningen bepaald op vijftien jaar. Incidentele standplaatsen worden verleend voor een in de vergunning genoemd aantal dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel