Naar hoofdinhoud

Artikel 19.

Melding bestaande situaties

Onderdeel van Verordening beheer woonruimtevoorraad gemeente Vlaardingen 2025

1.. Dit artikel is van toepassing op woonruimte die aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: het verbod van artikel 21 van de wet is op toepassing op de woonruimte; voor inwerkingtreding van deze verordening was het verbod van artikel 21 van de wet niet van toepassing op de woonruimte; voor inwerkingtreding van deze verordening was de woonruimte: anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning onttrokken en onttrokken gehouden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a, van de wet; anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samengevoegd en samengevoegd gehouden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder b, van de wet; van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte omgezet en omgezet gehouden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet; van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte omgezet en omgezet gehouden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder d, van de wet; of tot twee of meer zelfstandige woonruimten verbouwd en in verbouwde staat gehouden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder e, van de wet. 2.. Dit artikel is voorts van toepassing op woonruimte die aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: het verbod van artikel 22 van de wet is van toepassing op de woonruimte; voor inwerkingtreding van deze verordening was het verbod van artikel 22 van de wet niet van toepassing op de woonruimte; voor inwerkingtreding van deze verordening is het recht op het gebouw waarin de woonruimte gelegen is, gesplitst in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en tenminste één van de daarbij ontstane appartementsrechten omvat het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. 3.. Eigenaren van in het eerste lid en tweede lid bedoelde woonruimte kunnen gedurende de eerste drie maanden na inwerkingtreding van deze verordening schriftelijk melden dat hun woonruimte voldoet aan elk van de in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde voorwaarden. 4.. Bij de in het vorige lid bedoelde melding worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden ingediend: ingeval van woonruimte als bedoeld in het eerste lid, een opgave van de datum waarop één of meer van de in het eerste lid, onder c, onder i tot en met v, genoemde omstandigheden zijn aangevangen; ingeval van woonruimte als bedoeld in het tweede lid, een kopie van de notariële akte waarmee de in het tweede lid bedoelde appartementsrechten zijn ontstaan; en bewijsstukken aan de hand waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat en wanneer de hiervoor, onder a, bedoelde omstandigheden zijn aangevangen en onderbroken hebben voortgeduurd tot het moment waarop de in het tweede lid bedoelde melding is gedaan. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen voor het doen van de dit artikel bedoelde melding een formulier vaststellen. In het formulier kunnen zij aangeven welke gegevens de melder bij het doen van de melding verstrekt en kunnen zij eisen stellen aan de te verstrekken gegevens. 6.. Bestuursorganen behorende tot de gemeente Vlaardingen kunnen de in het eerste lid bedoelde meldingen en de in het derde lid bedoelde registratie en persoonsgegevens gebruiken ter uitvoering van de hen toekomende wettelijke bevoegdheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel