In het regeerakkoord van 2024 is besloten om de huidige bekostigingsregeling voor kleine scholen in het funderend onderwijs te herzien. De bestaande ‘kleine-scholen-toeslag’ zal plaatsmaken voor een toeslag gericht op gebieden met lage bevolkingsdichtheid. Deze herverdeling van middelen is bedoeld om kleinschalig onderwijs in dunbevolkte regio’s en in gebieden waar het onderwijsaanbod dreigt te verdwijnen, beter te ondersteunen. Daarnaast is het ministerie van OCW bezig met een herziening van de regeling rondom de uitzonderingsgrond “gemiddelde schoolgrootte”.
Met de invoering van de nieuwe regeling krijgen scholen die onder de opheffingsnorm vallen minder financiële ondersteuning. Dit zet scholen aan tot het versterken van onderlinge samenwerking of het aangaan van fusies. In de Neder-Betuwe betekent dit bijvoorbeeld dat scholen met minder dan 99 leerlingen geconfronteerd worden met een daling in bekostiging, wat hen extra motiveert om nauwer samen te werken of samen te gaan met andere scholen of besturen.
Met het Integraal Huisvestingsplan sorteren we voor op de nieuwe regeling door vernieuwingsopgave (nieuwbouw-/renovatie) van een school met minder dan 99 leerlingen in beginsel te koppelen aan een vernieuwingsopgave van een andere school in Neder-Betuwe.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.5
Aanpassing bekostiging kleine scholen en gemiddelde schoolgrootte
Onderdeel van Integraal huisvestingsplan Neder-Betuwe 2026 – 2041