In de gemeente Neder-Betuwe ambiëren we inclusief onderwijs. Ieder kind telt mee en er is zo veel als mogelijk een passende onderwijsplek thuisnabij. Dit bevordert gelijkwaardigheid voor ieder kind.
De Rijksoverheid stuurt met het beleidskader “Met elkaar voor alle kinderen en jongeren” op het inclusief maken van het onderwijs. Een beleidskader dat voortvloeit het VN-Verdrag Handicap (2016), het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) en de Verklaring van Salamanca (1994). Er wordt toegewerkt naar scholen waar alle kinderen zich kunnen ontwikkelen ongeacht hun persoonlijkheid, talenten en mentale en fysieke mogelijkheden en onmogelijkheden.
Wat betekent dit concreet voor Neder-Betuwe? Een voorbeeld voor het bieden van inclusief onderwijs is het aanbod van de trajectklassen op het Van Lodenstein College. Deze kleinere klassen bieden kinderen met een ondersteuningsbehoefte extra aandacht. Het effect is onderwijs thuisnabij, omdat het doorverwijzen naar het gespecialiseerd onderwijs kan worden voorkomen. Kinderen blijven, ongeacht hun talenten of mogelijkheden, onderdeel van hun directe omgeving. Het streven naar thuisnabij onderwijs staat nooit boven het bieden van een passende onderwijsplek. De ontwikkelbehoefte van het kind staat centraal.
Het bieden van inclusief onderwijs is enkel mogelijk door samenwerking tussen schoolbesturen. Schoolbesturen werken samen via het OOGO en de daarin vast te stellen Lokaal Educatieve Agenda en Integraal Huisvestingsplan. En werken samen in de samenwerkingsverbanden Betuws Passend Onderwijs, het landelijk reformatorisch samenwerkingsverband Berséba en Samenwerkingsverband Rivierenland. De samenwerkingsverbanden zien toe op het verdelen van de budgetten voor extra ondersteuning van de schoolgaande kinderen. De afspraken worden vastgelegd in de ondersteuningsplannen die door de samenwerkingsverbanden worden vastgesteld.
De exacte consequenties voor het huisvesten van ‘inclusief onderwijs’ zijn nog niet in beeld. De vraag hoe het inclusief onderwijs vorm krijgt gaat vooraf aan het besluit of hiervoor extra huisvesting benodigd is. De eerste signalen zijn dat er meer ruimte nodig is, met als voorbeeld de kleinere klassen bij het VLC. Onderzoek is nodig om vast te stellen wat de aanvullende ruimtebehoefte is. De gemeente Neder-Betuwe heeft een positieve grondhouding tegenover de ambitie van inclusief onderwijs, ook als dit vraagt om een aanvullend investeren.
Bouwsteen voor huisvesting
Gemeente en schoolbesturen gaan bij de nieuwbouw-, renovatie- en uitbreidingsprojecten ervaring opdoen om de impact van inclusief onderwijs meer concreet te maken. Daarnaast worden de ontwikkelingen binnen de samenwerkingsverbanden nauwgezet gevolgd. Zodra meer zicht is op de gevolgen van inclusief onderwijs voor de huisvesting, wordt in een volgend IHP een concreter kader uitgewerkt.
Tot het vaststellen van een algemeen kader worden investeringsbeslissingen individueel beoordeeld. Voorwaarde is dat een investering in inclusief onderwijs verbonden is met een nieuwbouw-, renovatie- of uitbreidingsproject.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.1
Rijksbeleid en ambitie
Onderdeel van Integraal huisvestingsplan Neder-Betuwe 2026 – 2041