Om een financieel vergelijk te maken tussen nieuwbouw en renovatie is in het hiernavolgende overzicht een maximale investering in renovatie berekend. Een investering afgeleid van het normbedrag voor nieuwbouw. Een voorbeeld: blijkt uit onderzoek dat een renovatie met levensduur verlenging van 25 jaar 62,5% van de norm voor nieuwbouw bedraagt? Dan zijn de structurele lasten (rente en afschrijving) vergelijkbaar met nieuwbouw. Een beoordelingskader dat wordt benut bij de afweging tussen nieuwbouw en renovatie.
Renovatie met levensduur na oplevering van:
% maximale investering renovatie afgeleid van de normvergoeding bij nieuwbouw (VNG 2025 + 10%)
40 jaar
100%
35 jaar
87,5%
30 jaar
75%
25 jaar
62,5%
20 jaar
50%
15 jaar
37,5%
* De afschrijvingstermijn van de renovatie van schoolgebouwen is 25 jaar conform de Financiële verordening Neder-Betuwe 2023. Daar waar de verwachte levensduur afwijkt kan de gemeente afwijken middels een raadsbesluit, waardoor de technische en financiële levensduur na investering op elkaar is afgestemd.
Ieder gebouw is uniek bijvoorbeeld in ontwerp, flexibiliteit van de constructie en bouwkwaliteit. Het effect is dat voor iedere renovatie een afwijkende investering benodigd is. De bovengenoemde percentages als afgeleide van de nieuwbouw dient om die reden enkel om de investering in renovatie te vergelijken met nieuwbouw. De gemeentelijke bijdrage kan bij renovatie zowel lager als hoger zijn dan de getoonde percentages. Wat niet afwijkt is de beoogde kwaliteit. Bij ieder project wordt ingezet het behalen van de kwaliteitskaders van het IHP, ook bij renovatie. Zo is er een gelijke behandeling voor ieder schoolbestuur, hoewel de gemeentelijke bijdrage per project zal afwijken. In hoofdstuk 4.8 is nader ingegaan op de investeringsbijdrage van gemeente en schoolbesturen.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.7
Artikel 4.7.2
Voorziening renovatie
Onderdeel van Integraal huisvestingsplan Neder-Betuwe 2026 – 2041