Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.8

Artikel 4.8.1

Normbedrag voor nieuwbouw

Onderdeel van Integraal huisvestingsplan Neder-Betuwe 2026 – 2041

Een voorwaarde om te investeren in onderwijshuisvesting is een toereikend investeringsbudget. De gemeente Neder-Betuwe zet zich in voor het beschikbaar stellen van een toereikend budget passend bij de ambities van het Integraal Huisvestingsplan. De bouwheer, doorgaans de schoolbesturen, zetten zich in voor de ontwikkeling en realisatie van een project binnen het budget en waar mogelijk aanvullende kwaliteit. Methodiek Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Neder-Betuwe 2015 De bekostigingsmethodiek als vastgesteld in ‘de verordening’ sluit aan op de jaarlijks gepubliceerde normbedragen van de VNG. Al jaren pleiten gemeenten en brancheorganisaties voor verhoging van de normbedragen, omdat deze niet toereikend bleken voor de realisatie van scholen. Om die reden heeft de gemeenteraad op 9 mei 2019 besloten om voor het vaststellen van de normbedragen aan te sluiten bij actuele marktprijzen conform de BDB-index. Na toetsing van de huidige VNG-normbedragen in vergelijking tot de ambities in Neder-Betuwe is opnieuw geconstateerd dat de VNG-normbedragen naar verwachting ontoereikend zijn. Ter illustratie een vergelijking tussen marktreferenties van de BDB en de VNG-normering: Vergelijk markt en VNG-norm* Primair onderwijs 1.300 m² Primair onderwijs 2.400 m² Marktreferentie BDB 1-1-2025 € 3.747 per m² bvo € 3.315 per m² bvo VNG-norm 2025 € 3.397 per m² bvo € 3.159 m² BVO Investeringstekort € 455.000 € 374.400 * De marktreferenties zijn gepubliceerd in een bandbreedte van -5% en +10%. Voor het vergelijk is de bovenzijde van de bandbreedte aangehouden. De VNG-norm is naar verwachting niet toereikend. Het hanteren van een hoger normbedrag is te adviseren. Als alternatief heeft de gemeente na vaststelling van het IHP 2019 één normbedrag per vierkante meter vloeroppervlak gehanteerd. Echter, de omvang van de huisvestingsprojecten is van invloed op de benodigde investering per m². Zo zien we in de bovenstaande referenties een verschil van € 432 per m² bvo tussen een basisschool van 1.300 m² en een basisschool van 2.400 m². Daarnaast zijn investeringen in uitbreiding afwijkend door de beperkte omvang. En zijn investeringen in een school voor speciaal onderwijs kostbaarder vanwege de specifieke ruimtelijke eisen. Differentiatie in normbedragen is gewenst. De methodiek van ‘de verordening’ en daaraan gekoppeld de normbedragen VNG voorziet in een differentiatie in het normbedrag op basis van de omvang en onderwijssoort. Daarmee sluit de methodiek beter aan bij de werkelijkheid dan het vaststellen van één algemeen normbedrag onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen wensen de methodiek van de verordening te hanteren. Echter, om tot een realistisch investeringsbudget te komen wordt jaarlijks een opslag op de VNG-norm bepaald. Voor de doorrekening van het IHP wordt uitgegaan van een opslag van 10%. Een opslag gebaseerd op het verschil tussen de marktreferentie van de BDB en de VNG-norm voor een basisschool.

Rechtspraak bij dit artikel