Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Vaststellen draagkracht uit meer-inkomen

Onderdeel van Beleidsregels Individuele bijzondere bijstand 2025 gemeente Tilburg

1.. Als het inkomen meer is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag is er sprake van meer-inkomen. De draagkracht bedraagt 50% van het meer-inkomen na aftrek van de volgende meer-kosten t.o.v. een inkomen op bijstandsniveau: Maandelijkse eigen bijdrage Wlz; Het bedrag aan maandelijkse aflossing van een saneringskrediet; Bedrag aan loonbeslag; Het verschil van de ontvangen huurtoeslag ten opzichte van de huurtoeslag die de belanghebbende zou ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau; Het verschil van de ontvangen zorgtoeslag ten opzichte van de zorgtoeslag die de belanghebbende zou ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau; Gemeentelijke belastingen. 2.. Het college stelt de hoogte van de onder lid 1 van dit artikel genoemde aftrekposten vast aan de hand van de bankafschriften of als dat niet mogelijk is, aan de hand van andere bewijsstukken. 3.. Voor kostensoorten die gerekend moeten worden tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten, maar waarvoor onder bepaalde (individuele) voorwaarden bijzondere bijstand verstrekt kan worden, bedraagt de draagkracht 100% van al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Dit geldt in ieder geval voor de volgende kostensoorten: Duurzame gebruiksgoederen, waaronder begrepen een babyuitzet en een volledige woninginrichting; Woonkostentoeslag; Jongerentoeslag; Schulden. 4.. Een belanghebbende die uitstroomt uit de bijstandsuitkering wegens werkaanvaarding heeft in de eerste 12 maanden geen draagkracht zolang de individuele omstandigheden in deze periode gelijk blijven.

Rechtspraak bij dit artikel