Het op- en afrijden van de voor de uitvoering bestemde terrein(en) en wegen moet plaatsvinden via, door de gemeente vooraf goed te keuren dan wel door haar aan te wijzen, locatie(s) en wegen of opgenomen in het verkeersplan.
De gemeente is bevoegd, als de verkeersveiligheid en/of afwikkeling van het verkeer dit verreist, de werkzaamheden niet te laten aanvangen of te doen onderbreken of uit te stellen.
Ontsluiting van het werk mag alleen via categorie 1 of 2 wegen plaatsvinden.
Het verkeer binnen de werkgrenzen moet tijdens de werkzaamheden kunnen doorgaan. Hiervoor moeten tijdelijke verkeersmaatregelen worden toegepast conform CROW-publicatie 96-b.
In het geval de vergunninghouder de ter zake van het reinigen van wegdekken, zowel binnen als buiten het werkterrein, gegeven opdrachten van de gemeente niet nakomt en de gegeven voorschriften niet naleeft, zullen door de gemeente per geval maatregelen worden genomen om de verkeersveiligheid te waarborgen. De kosten van deze maatregelen zullen in rekening worden gebracht bij de vergunninghouder.
Openliggende sleuven en gaten moeten in bouwhekken worden afgezet na goedkeuring gemeente.