Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.13

Artikel 4.13.4

Bereikbaarheid

Onderdeel van Opbreekregels Breda 2025

In het kader van de bereikbaarheid zijn de wegen van de gemeente Breda onderverdeeld per categorie en gelden verschillende voorwaarden voor de wegwerkzaamheden en omleidingsroutes. Ten behoeve van de nood- en hulpdiensten gelden de volgende aanvullende voorwaarden: De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen bedraagt minimaal 3,50 meter en moet altijd gewaarborgd zijn, De minimale doorrijhoogte bedraagt 4.20 meter, Brandkranen moeten minimaal met 1 meter worden vrijgehouden en worden opgenomen in voetpaden; Brandkranen moeten zichtbaar blijven, Aansluitingen voor droge blusleidingen moeten worden vrijgehouden, Toegangen tot belendende percelen mogen niet worden geblokkeerd, Gewone uitgangen en nooduitgangen van o.a. bioscopen, ziekenhuizen, cafés ect. moeten worden vrijgehouden; de vrije doorgang dient te allen tijde te zijn gegarandeerd over de volle breedte van de uitgangen en nooduitgangen (minimaal 2 meter afstand), De tijdsduur van de werken/afzettingen moeten worden aangegeven, Ten behoeve van de bevoorrading van bedrijven dienen afdoende maatregelen getroffen te worden om dit te garanderen. Tijdens de uitvoering van de werken mag het verkeer niet worden gestremd en zo weinig mogelijk worden gehinderd, een en andere ter beoordeling van de gemeente. Bereikbaarheid voor de hulpverleningsinstanties (voorschriften brandweer, politie en GHOR). In verband met de bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen gelden de volgende eisen: Direct na gereedkomen van het grondwerk moet een zodanige verhardingslaag aangebracht worden dat de weg bereden kan worden door hulpverleningsvoertuigen, De maximale afstand van een mogelijke opstelplaats voor redvoertuigen tot elke plaats in de gevel van een gebouw mag ten hoogste 18 meter bedragen. Deze opstelplaats moet te allen tijde bereikbaar zijn voor redvoertuigen, De opstelplaats moet een obstakel-vrije ruimte omvatten van 5,5 bij 10 meter en een stempeldruk van 1MN/m2 te kunnen weerstaan. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder. De vergunninghouder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, openbare gebouwen en dergelijke voor (mindervalide) voetgangers. In overleg met de betrokkenen kan de mate van bereikbaarheid nader inhoud worden gegeven. De vergunninghouder houdt het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen enzovoorts in overleg met de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, treedt de vergunninghouder tijdig in overleg met de gemeente. Verder draagt vergunninghouder zorg voor een doorgang voor het fietsverkeer en de voetgangers. Vergunninghouder moet inzake tijdelijke verkeersmaatregelen, volledige afsluiting van wegen- en verkeersomleidingen als regel tenminste drie weken voor het begin van het werk de gemeente en de lokale nood- en hulpdiensten van dit voornemen in kennis stellen, ook bij werkzaamheden met een spoedeisend karakter moet de gemeente op de hoogte zijn van alle verkeersafzettingen. Gedurende de tijd, liggende tussen een half uur na zonsondergang en een half uur vóór zonsopgang, moeten de opgebroken gedeelten bestratingen en dergelijke en andere in verband met de uit te voeren werken aanwezige, voor het verkeer gevaarlijke obstakels, op duidelijke wijze zijn aangegeven. De verlichting moet zijn volgens de desbetreffende voorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel