**1..** Burgemeester en wethouders kunnen in iedere fase van het onderzoek de volgende sancties of maatregelen opleggen:
een schriftelijke aanwijzing geven;
een last onder bestuursdwang opleggen;
een last onder dwangsom opleggen.
**2..** Het laten opstellen van een verbeterplan door de zorgaanbieder kan deel uitmaken van een schriftelijke aanwijzing.
In de schriftelijke aanwijzing staat waaraan een verbeterplan moet voldoen en binnen welke termijn de tekortkoming moet zijn opgelost.
Over de voortgang op de uitvoering van het verbeterplan moet schriftelijk periodiek worden gerapporteerd. Als het verbeterplan tot onvoldoende resultaat leidt of bij onvoldoende voortgang op het verbeterplan en het voortduren van de tekortkoming kunnen burgemeester en wethouders last onder bestuursdwang of last onder dwangsom opleggen.
**3..** In geval van een acute situatie waarin de zorgkwaliteit onvoldoende is, staat de continuering van de zorg voor de betrokken jeugdigen en/of cliënten voorop en zullen burgemeester en wethouders op basis van dit uitgangspunt handhavend optreden door middel van het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang.
**4..** De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de aard, de omvang en de ernst van de overtreding zoals vastgelegd in bijlage 2 van deze beleidsregels.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen gedurende het onderzoek van de toezichthouder, of bij een gegrond vermoeden van fraude of misbruik, besluiten dat:
de zorgaanbieder onder intensief toezicht wordt geplaatst;
het toekenningsbesluit aan de cliënt met een persoonsgebonden budget op grond van artikel 2.3.10, eerste lid Wmo 2015 of artikel 8.1.4, eerste lid Jeugdwet wordt herzien of ingetrokken, waarbij dit het recht op ondersteuning in natura of een persoonsgebonden budget waarbij een andere pgb-aanbieder wordt gekozen onverlet laat.
**6..** De zorgaanbieder (en in het geval van een persoonsgebonden budget: de budgethouder) wordt schriftelijk van een maatregel en/of sanctie op de hoogte gesteld.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen preventief een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang opleggen, als een overtreding klaarblijkelijk dreigt. Dit moet blijken uit de feiten en omstandigheden van het geval.
**8..** Bij het opleggen van een maatregel en/of sanctie als bedoeld in het eerste en/of derde lid geven burgemeester en wethouders schriftelijk en met redenen omkleed aan:
op welke punten voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd;
de in verband daarmee te nemen sancties of maatregelen;
de hersteltermijn waarbinnen de tekortkomingen moeten zijn verholpen.
**9..** Bij het opleggen van een hersteltermijn geldt als uitgangspunt een hersteltermijn zoals beschreven in bijlage 2 met een maximum van 12 weken maar niet langer dan noodzakelijk om de tekortkomingen te beëindigen.
**10..** Burgemeester en wethouders kunnen in ieder geval een andere hersteltermijn bepalen in verband met veiligheidsrisico’s of als het beëindigen van de overtreding binnen een termijn van 12 weken redelijkerwijs niet mogelijk is.
**11..** Burgemeester en wethouders kunnen een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen, tenzij het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich verzet tegen een last onder dwangsom. Dit kan zich in ieder geval voordoen als uit het onderzoeksrapport blijkt dat de veiligheid van cliënten in gevaar komt.
**12..** Er kan meerdere keren een sanctie of maatregel worden opgelegd als de overtreding zich herhaalt, niet binnen de gestelde termijn is hersteld of een nieuwe overtreding wordt geconstateerd.
**13..** Bij constatering van fraude of misbruik zijn burgemeester en wethouders verplicht om naast het opleggen van sancties, gelet op de ernst, over te gaan tot aangifte bij het Openbaar Ministerie.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4:
bestuursrechtelijke bevoegdheden, maatregelen
Onderdeel van Beleidsregels Toezicht kwaliteit en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet gemeente Breda 2025