Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 9

Informatie- en verantwoordingsplicht

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Cocensus 2025

1.. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van het college van die deelnemer worden gevraagd. 2.. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen te allen tijde ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 3.. Elke deelnemer regelt de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het tweede lid plaats vindt. 4.. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraden van de deelnemers. 5.. Elke deelnemer regelt de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het tweede lid plaats vindt. 6.. Het algemeen bestuur verstrekt de gemeenteraden van de deelnemers de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 7.. Bij de informatieverstrekking geldt dat: Relevante informatie in een zo vroeg mogelijk stadium schriftelijk wordt verschaft; Informatie op hoofdlijnen wordt verstrekt, behalve als een detail (politiek) relevant is of als er specifiek om is gevraagd; De schriftelijke inlichtingen zendt het bestuur (DB, AB en/of voorzitter) rechtstreeks naar en gelijktijdig aan de raden (en staten) en in cc aan de colleges van de deelnemers. Indien de informatie wordt verstrekt door DB of voorzitter dan wordt het AB vooraf geïnformeerd. 8.. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen, genoemd in artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid. 9.. Een lid van het algemeen bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen, kan door dat college als lid van het algemeen bestuur worden ontheven. In dat geval draagt dat college er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen.

Rechtspraak bij dit artikel