Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 8

Verdeelsleutel artikel 4

Onderdeel van Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam

1.. Volledige aanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid die voor subsidie als bedoeld in deze regeling in aanmerking komen, worden door het college gerangschikt door middel van een prioriteitenlijst. 2.. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie wordt geweigerd op grond van artikel 13, eerste lid. 3.. De rangschikking op de prioriteitenlijst zoals genoemd in het eerste lid wordt bepaald door de hoogte van het totaal aantal punten dat aan een aanvraag wordt toegekend, waarbij de aanvraag met het hoogste aantal punten bovenaan de prioriteitenlijst komt te staan en bij aanvragen met een gelijk puntenaantal de aanvraag met het lagere aangevraagde subsidiebedrag hoger wordt geplaatst op de prioriteitenlijst. 4.. Aan een aanvraag kunnen maximaal 100 punten worden toegekend. De hoogte van het aantal te behalen punten wordt bepaald op basis van de volgende criteria: de mate waarin de inzet van de beroepskracht bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk sportbeleid (maximaal 10 punten); het percentage leden en vrijwilligers dat direct profiteert van de inzet van de beroepskracht (maximaal 10 punten); de mate waarin specifieke (kwetsbare) doelgroepen door de inzet van de beroepskracht worden bereikt zoals genoemd in artikel 6 eerste lid (maximaal 10 punten); de mate waarin de aanvraag een helder plan bevat om de resultaten (financieel) te borgen, zodat de club niet structureel afhankelijk blijft van subsidie (maximaal 10 punten); de mate waarin de inzet van de beroepskracht bijdraagt aan de blijvende versterking van de organisatiekracht van de sportvereniging (maximaal 10 punten); de mate waarin de beroepskracht wordt ingezet voor samenwerking met andere sportverenigingen of maatschappelijke organisaties (maximaal 10 punten); de mate waarin de inzet van de beroepskracht aantoonbaar bijdraagt aan een veilige, inclusieve en respectvolle sportomgeving (maximaal 10 punten); het aantal leden tot 18 jaar van de sportvereniging (maximaal 10 punten); of de sportvereniging is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur en het aantal en percentage leden dat in het lopende boekjaar gebruik maakt van deze regeling(en) (maximaal 10 punten) de mate van noodzaak of urgentie, bijvoorbeeld bij een club met aantoonbaar zwakke organisatiekracht of risico op ledenverlies, bij een club in een gebied of stadsdeel met een lage sportparticipatie (maximaal 10 punten). 5.. Indien het subsidieplafond wordt overschreden door honorering van alle aanvragen op de prioriteitenlijst, worden aanvragen in de volgorde van de rangschikking gehonoreerd tot het subsidieplafond is bereikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel