Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.7

Draagkrachtperiode bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Bladel 2026

1.. De draagkracht wordt telkens voor een periode van 1 jaar vastgesteld, beginnende op de 1ste dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan. 2.. De draagkracht kan voor een kortere of langere periode vastgesteld worden, als de periode waarop de kosten betrekking hebben of de situatie van belanghebbende daartoe aanleiding geeft. 3.. In het geval de belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Pw, IOAW of IOAZ, wordt de draagkracht gedurende het recht op deze uitkering op nihil gezet. 4.. De draagkracht wordt gedurende de in lid 1 genoemde periode niet herberekend, tenzij: het een zodanige wijziging van inkomen is dat deze wijziging uit het oogpunt van bijstandsverlening niet buiten beschouwing gelaten kan worden; het een wijziging van de gezinssituatie betreft die een normwijziging of beëindiging van de bijstand tot gevolg heeft. er een wijziging in de vermogenssituatie is opgetreden, in zoverre dat de wijziging een overschrijding van de van toepassing zijnde vermogensgrens betekent. Dit is niet van toepassing als de vermogensgrens wordt overschreden door een geleidelijke aanwas van het vermogen; of er een wijziging in de vermogenssituatie is opgetreden, waardoor belanghebbende een vermogen heeft dat valt onder het vrij te laten vermogen. 5.. De toepassing van lid 3 onder a en b levert geen wijziging op ten aanzien van eerder in het draagkrachtjaar verstrekte bijzondere bijstand, maar enkel voor de periodieke bijzondere bijstand die nog verstrekt zal worden na de draagkrachtwijziging, maar enkel voor de periodieke bijzondere bijstand die nog verstrekt zal worden na de draagkrachtwijziging.

Rechtspraak bij dit artikel