Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 4.

Onderzoek

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp West Maas en Waal 2025

1. Het college onderzoekt vormvrij, maar in ieder geval met behulp van een deskundige van de gemeente en de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger voor zover nodig: a. Wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn (ouder)s is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; b. De behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige; c. Het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; d. Of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: I. Welke problemen of stoornissen dat zijn; II. Welke ondersteuning, hulp en zorg(aanbieder) naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; III. Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden; e. Het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; f. De mogelijkheden om gebruik te maken van een voorliggende voorziening; g. De mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; h. De wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; i. Hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en de mogelijkheden om te kiezen voor een verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. j. De mogelijkheden om op eigen kracht of met voorliggende voorzieningen de zelfredzaamheid of participatie te verbeteren, k. de mogelijkheid om met gebruikelijke hulp de zelfredzaamheid of participatie te verbeteren. Hiervoor worden de geldende Beleidsregels Afwegingskader gebruikelijke hulp Jeugdwet gemeente West Maas en Waal aangehouden. l. De mogelijkheden om met mantelzorg (of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk) hun zelfredzaamheid of participatie te verbeteren. 2. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken tijdens het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 3. Als de jeugdige en zijn ouders een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 4. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een onderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel