Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9.

Verantwoording pgb voor diensten

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp West Maas en Waal 2025

1. Het pgb wordt beheerd door de SVB. De budgethouder dient zich te houden aan de regels die de SVB stelt. 2. Uit het pgb voor diensten mag betaald worden: a. uurloon van de hulpverlener; b. reiskosten van de hulpverlener op basis van woon-werkverkeer (max. de hoogte van de bijdrage en de daarbij behorende voorwaarden die zijn vastgesteld door de SVB); c. vervanging hulpverlener bij ziekte/vakantie van hulpverlener; d. een feestdagenuitkering van maximaal de geldende hoogte op jaarbasis volgens het SVB. 3. Uit het pgb voor diensten mag, behoudens het bepaalde in het tweede lid onder d, niet betaald worden: a. eigen bijdrage; b. bemiddelingskosten; c. kosten voor belangbehartigers of tussenpersonen; d. administratiekosten zoals kosten voor acceptgiro’s; e. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; f. kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college. 4. Het college stelt vast of de budgethouder het pgb voor diensten aan de onder het tweede lid genoemde heeft besteed en vordert het niet daaraan besteedde budget geheel of gedeeltelijk terug. 5. Verantwoording van besteding van het pgb loopt via de SVB. Verantwoording over de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van de ingekochte diensten en voorzieningen vindt plaats in gesprek met het college. Dit kan plaats vinden tijdens een herindicatie, volgens vooraf gemaakte afspraken of steekproefsgewijs. 6. Bij overlijden van de budgethouder wordt de uitbetaling van het pgb voor diensten per direct beëindigd. Bij afwezigheid van inwonende erfgenamen wordt het reeds uitbetaalde pgb voor de maand van overlijden niet teruggevorderd en wordt geen verantwoordingsformulier opgevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel