Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.1

Waar is bedrijf een geschikte functie?

Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Over de ruimtelijke afwegingen voor bedrijf schrijft het regionale beleid: Gemeentelijke uitwerking: Ruimtelijke afweging: We nodigen gemeenten uit om op basis van de gebiedskenmerken en de ontwikkelrichting van de landschappen een uitwerking te maken. Om hiermee sturing te geven waar bedrijven/werkfuncties wel en niet passen. Ruimtelijk kunnen gebieden kwetsbaar zijn voor het toevoegen van werkfuncties. Bijvoorbeeld omdat sprake is van een kwetsbaar gebied, gebieden waar de functie te veel belemmeringen aan de omgeving oplegt aan bestaande functies of waarbij de locatie niet goed ontsloten is door infrastructuur. Het is denkbaar om deze gebieden inzichtelijk te maken. In deze gebieden kan de gemeente dan ook terughoudend omgaan met het honoreren van initiatieven. Een ander uitgangspunt is dat er geen verslechtering van de milieukundige situatie mag zijn. Bijvoorbeeld door ‘rustige’ delen van het landelijk gebied, op het gebied van milieu en hinder, ook rustig te houden. In gemengde delen van het landelijk gebied, bijvoorbeeld bij drukke wegen of clusters van bebouwing met bedrijfsfuncties, lijkt meer mogelijk. Vanuit het werken aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied is het daarnaast belangrijk om gebieden/zones aan te wijzen waar voor werkfuncties een maximale oppervlakte (m2) wordt toegestaan. Bedrijven 1: Kleine, geschikte bedrijven tot 500m² zijn altijd mogelijk, mits er geen nadelige effecten op de omgeving zijn In het belang van de initiatiefnemer is een passend bedrijf tot 500m² op het eigen erf altijd mogelijk als er geen nadelige effecten op de omgeving zijn. Met een passend bedrijf bedoelen we een bedrijf dat een plek heeft in het buitengebied. Het liefst zijn dit bedrijven die gerelateerd zijn aan (agrarische) activiteiten. Bedrijven die een recreatieve functie hebben komen in paragraaf 2.3 aan bod. Het oude functieveranderingsbeleid (uit 2016) maakte nog een onderscheid in bedrijfstypen: Gebiedspassende bedrijven; Gebiedsgebonden bedrijven; Autonome ontwikkelingen bij bedrijven; en Bedrijven die niet in één van bovenstaande groepen horen. 10 Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016:VAB_RFV_beleid_Regio_FoodValley_functieveranderingsbeleid_2016.pdf Wij zoeken aansluiting bij deze systematiek voor de uitleg van het begrip passend bedrijf. De uitleg is niet-limitatief. Dat betekent dat een ander soort bedrijf ook altijd bespreekbaar is. Dan ligt de bewijslast dat het bedrijf wel in het buitengebied past bij de initiatiefnemer. Daartoe vragen we onder meer naar een ladderonderbouwing. We sluiten letterlijk aan bij de tekst uit het oude beleid zodat de uitleg die over de jaren in de praktijk is ontstaan, mee kan naar de toekomst Passende bedrijven zijn volgens het oude beleid in ieder geval de volgende: “Gebiedsgebonden bedrijven zijn bedrijven die vanuit de aard van hun bedrijfsvoering in principe geplaatst kunnen worden in (bepaalde delen van) het buitengebied, dan wel die vanouds aan het buitengebied gerelateerd kunnen worden. Deze bedrijven hebben naar hun aard een zekere relatie met het buitengebied. Hier worden ook de agrarisch verwante bedrijven (landelijke bedrijven) onder verstaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om: loonwerkbedrijven; veevoederbedrijven; en landbouwmechanisatiebedrijven. Gebiedspassende bedrijven zijn kleinschalige bedrijven die in beginsel thuis horen op een bedrijventerrein of binnen de bebouwde kom, maar die ruimtelijk verantwoord passen of in te passen zijn in de (delen van) het buitengebied. Het kan bijvoorbeeld gaan om: aannemersbedrijven; constructiebedrijven; aan agrarische functie verwante bedrijven zoals: paardenpensions; hoveniers; ambachtelijke bedrijven zoals: dakdekker; rietdekker; schildersbedrijf; meubelmaker; of zakelijke dienstverlening zoals een adviesbureau.” Daaraan voegen wij alle bedrijven en soorten bedrijven toe die nu al, op grond van het omgevingsplan, in het buitengebied aanwezig zijn. Daarbovenop vinden we alle nevenfuncties die bij een agrarisch bedrijf zijn toegestaan als hoofdfunctie ook een passend bedrijf: paardenhouderijen; kabelmontagebedrijf; caravanstalling 11 Artikel 3.1, aanhef en onder e., g. en l., van het bestemmingsplan (tijdelijk omgevingsplan) ‘Buitengebied 2013’ van de gemeente Scherpenzeel. ; grondverzetbedrijf; loonwerkbedrijf 12 Vanaf 9: Artikel 6.1, aanhef en onder c. en d., Ibid. ; verkoop van streekgebonden producten; kinderopvang, educatie, kunstuitstalling en zorgfuncties; en agrarisch verwante bedrijven zoals: agrarische hulpbedrijven, loon- en veehandelsbedrijven, vis- en wormkwekerijen, bijenhouderijen en dierenpensions 13 Vanaf 10: Artikel 3.6.1, onder a., b. en f., Ibid. ; Deze bedrijven zijn ongeacht de locatie tot een grootte van 500 m2 kansrijk. Buiten het eigen erf is het verschuiven van bouwmogelijkheden bespreekbaar. (doelen 1, 2, 3, 4, 5 en 6) Bedrijf 2: Zware bedrijvigheid op de bedrijventerreinen Grote bedrijven en bedrijven met veel negatieve effecten op de omgeving staan we niet toe in het buitengebied. We vinden het belangrijk dat het landelijk gebied zijn karakter behoud. Daarom staan we grote bedrijven van boven de 1.000 m2 niet toe in het buitengebied. Bedrijven die zoveel ruimte nodig hebben horen thuis op een bedrijventerrein. Sommige bedrijven hebben ook te veel effecten op de omgeving. Dat kan vanwege milieuaspecten zo zijn of vanuit het oogpunt van verkeer. Het overgrote deel van de infrastructuur in het buitengebied is niet bedoeld voor veel vrachtverkeer. Een harde grens van deze eis is niet op voorhand te geven. Als vuistregel kan worden gehanteerd: niet boven milieucategorie 3.2 waarbij de grootste richtafstand tot een beschermde functie 100 meter of meer is. (doelen 1, 3, 4 en 5) Bedrijf 3: Bedrijven tot 1.000 m2 onder voorwaarden langs de provinciale Wegen Voor bedrijven tussen de 500 en 1.000 m2 in oppervlakte die passend zijn is, onder voorwaarden, plaats langs de provinciale wegen. Omdat de provinciale wegen zelf al hinder veroorzaken op het gebied van geluid en fijnstof zijn wat grotere bedrijven in deze zone meer kansrijk. Daar komt bij dat deze wegen meer verkeer kunnen verwerken. Een harde grens van wat kan worden toegestaan is op voorhand niet te geven. Als vuistregels kan worden gehanteerd: niet boven milieucategorie 3.2, waarbij de grootste richtafstand tot een beschermde functie 100 meter is of meer; en als er sprake is van een in/uitrit op de provinciale weg, niet meer dan één. Ook bij bedrijven is het bespreekbaar om het bouwperceel te verschuiven. Figuur 7: Zonering kansrijke en minder kansrijke gebieden voor grotere bedrijven (doelen 1, 3, 4, 5 en 6)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel