Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.4

Relatie Regionaal perspectief landelijk gebied (RPLG)

Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Het RPLG biedt voor de lange termijn een perspectief op een gezonde en duurzame leefomgeving voor iedereen en herstel van de verbinding tussen stad en platteland. Over toerisme en recreatie wordt in het beleidsstuk gezegd dat zowel de Utrechtse ­Heuvelrug als de Veluwe nu al (te) drukbezochte gebieden zijn. We willen daarom delen van de regio recreatief en toeristisch ontwikkelen en 2000 ha uitloopgebied realiseren in de regio. Bijvoorbeeld rond de grote natuurgebieden en in de buurt van dorpen en steden. Ook over de natuur staat er veel in het RPLG. De uitvoering hierbij ligt vaak bij de gemeente. In het RPLG wordt aangegeven dat de gemeente verantwoordelijk is voor o.a. de volgende dingen: Voorwaarden stellen m.b.t. landschappelijke inpassing en biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen en plannen; Bij ruimtelijke ontwikkelingen (wonen, werken, mobiliteit) zoveel mogelijk biodiversiteit/groen behouden en toevoegen in het projectgebied; Verbinden groenstructuren binnen-buiten bebouwde kom; en Klimaatbestendige inheemse en diverse flora inzetten. Deze principes zijn verankerd in zowel het regionale als het lokale beleid. Door voor te schrijven welke flora wordt toegepast bij de landschappelijke inpassing dragen wij bij aan de doelen. Er is met dit beleidsstuk relatief veel ruimte voor recreatieve functies. Deze kunnen bijdragen aan het laten afnemen van de druk op de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe.

Rechtspraak bij dit artikel