Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.8

Relatie Motie M1 bij regionale beleid

Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Ten tijde van het vaststellen van het regionale beleid is ook een motie aangenomen. Hierin wordt gevraagd om de volgende aspecten te betrekken in de behandeling van functieveranderingsplannen: Gebouwen die aantoonbaar illegaal zijn gebouwd tellen niet mee voor het aantal sloopmeters, ondanks dat handhaafbaar optreden tegen zo’n gebouw niet realistisch is; Zeer terughoudend zijn met het creëren van zogenaamde nieuwe natuur, omdat deze onderhouden moet worden, verrommeling kan veroorzaken en ten koste kan gaan van ons unieke kampenlandschap; Sloopmeters kunnen niet gecompenseerd worden door aanleg van groen en/of natuur; Geen functieverandering toestaan die de uitstraling van ons unieke buitengebied te veel aantast, zoals bijvoorbeeld een concentratie van burgerbebouwing (minidorpjes) of niet passende bebouwing voor andere functies; Monitoren van onbalans in de uitwisseling van sloopmeters tussen gemeenten en eventueel die betrekken in de behandeling van initiatieven; Ook moeten we onze omgevingsvisie controleren op tegengestelde belangen en kaders met betrekking tot het regionale functieveranderingsbeleid en het aanvullende lokale beleid en waar nodig aanpassingen van de omgevingsvisie voor te leggen aan de raad. Deze aspecten zijn meegenomen in de lokale uitwerking van het functieveranderingsbeleid, met uitzondering van het eerste punt. Hiervoor volgen we het regionale beleid (Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, regio Foodvalley, regio Amersfoort).

Rechtspraak bij dit artikel