In deze verordening wordt verstaan onder:
Administratie:
het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Budget:
de financiële middelen (kostenplaats, investerings- en/of projectbudget) die op basis van de begroting of een afzonderlijk raadsbesluit voor een bepaald jaar beschikbaar zijn gesteld inclusief de daarbij behorende doelstellingen, resultaten en/of prestaties.
Publieke taak / publiek belang:
de taken die de gemeente ondersteunt op grond van de landelijke wet- en regelgeving of wil ondersteunen op grond van artikel 2, lid 1 van de Wet financiering decentrale overheden.
Programma:
samenhangend geheel van thema’s c.q. activiteiten om beoogde maatschappelijke doelen te bereiken en waarin doelstellingen en middelen worden gekoppeld.
Taakveld:
een samenhangende verzameling van kostenplaatsen, gericht op het realiseren van vooraf bepaalde resultaten.
Kostenplaats:
een samenhangende verzameling van activiteiten, gericht op het realiseren van vooraf bepaalde afspraken. De kostenplaats vormt de basis voor de registratie van budgetten in de financiële administratie.
Integrale kostprijs:
totaal van alle met een product samenhangende directe en indirecte kosten.
Overhead(kosten):
indirecte kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
Rechtmatigheidsverantwoording:
de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.