Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025

1.. Standplaatshouder: houder van een vergunning op grond van artikel 5:18 van de APV. 2.. Verkoopinrichting: een verrijdbare kraam, wagen of een ander fysiek middel ten behoeve van de verkoop op een standplaats. 3.. Standplaats: een plaats op of aan de weg in de zin van artikel 1:1 van de APV alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen, voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt niet verstaan: een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV. 4.. Ambulante standplaats: standplaats die door een standplaatshouder voor een beperkte periode wordt ingenomen op 1 locatie, op vooraf bepaalde tijden en dagen. 5.. Incidentele standplaats: het éénmalig, voor de duur van één dag, innemen van een standplaats door een ideële organisatie, voor het voeren van een maatschappelijke campagne of het deelnemen aan verkiezingen met een maximum van 3 dagen per jaar. 6.. Seizoensgebonden plaats: standplaats waar standplaatshouder(s) handel drijven gedurende het verkoopseizoen van hun product (zijnde ijs, kerstbomen en oliebollen). 7.. Openbare kennisgevings-kanaal van de gemeente: Gemeenteblad (www.overheid.nl). 8.. Locatiekaart: een maatvaste plattegrond, schaal 1:100 of 1:50 voorzien van een standplaatsmarkering, waarop te zien is waar de standplaats wordt ingenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel