Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:8 en 5:18 lid 2 en 3 van de APV kan de vergunning worden geweigerd als:
Het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of de bescherming van het milieu in het geding komt. Hiervan is in ieder geval sprake als:
Het doel van inname van de standplaats in strijd is met wettelijke regelgeving zoals de Alcoholwet, de Opiumwet of artikel 2:74 A.
De afstand tussen een bakkraam of bakwagen met een gasinstallatie en een gebouw minder bedraagt dan 2 meter, of minder dan 5 meter als in die kraam of wagen wordt gefrituurd.
Er niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een aanvraag voor een vrijkomende standplaats. Hiervan is in ieder geval sprake als een aanvraag wordt ingediend buiten de gestelde periode, zoals genoemd in het eerste lid van de artikelen 9 en 15.
Indien de vrijkomende standplaats wordt verdeeld aan een andere partij dan de aanvrager, op grond het derde of het vierde lid, van de artikelen 9 of 15.
Onderdeel b, van het eerste lid, is niet van toepassing als:
het aangestraalde vlak van het bouwsel, gebouw of ander object een overeenkomstig NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag heeft van ten minste 60 minuten, of
de bakkraam of bakwagen is uitgerust met een automatische brandblusinstallatie.
Bij het bepalen van de afstand als bedoeld in lid 4 wordt de buitenzijde van de bakkraam of bakwagen als meetpunt bedoeld.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025