1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet.
2. Als een jeugdige of ouder in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het pgb-plan is opgenomen:
a. Welke redenen er zijn om te kiezen voor een pgb in plaats van zorg in natura;
b. Welke ondersteuning de inwoner wil inkopen met het budget, bij welke uitvoerder en hoe deze wordt geëvalueerd;
c. De voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt;
d. Wat de motivatie is om een aanvraag voor een pgb in te dienen;
e. Hoe de kwaliteit is gewaarborgd en duidelijk is dat deze geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt;
f. De kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief;
g. Indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;
h. Hoe eventuele meerkosten van de ondersteuning worden bekostigd;
i. Hoe men de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren;
j. Het gewenste resultaat van het verzoek om het pgb;
k. De motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 14 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
3. Het college verstrekt een pgb als:
a. de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten;
b. uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 14 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en
c. naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 16 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
4. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag:
a. fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
c. veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf.
5. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk voor zover het niet gaat om een ggz-behandeling;
6. Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is.
7. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 13.
Aanvullende criteria pgb
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp West Maas en Waal 2025