Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 25.

Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp West Maas en Waal 2025

1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor door derden te leveren diensten, zoals jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 2.11 en 4.1.1. van de Jeugdwet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. Een vaste prijs of tarief, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. Een reële prijs, gebaseerd op de vastgestelde kostprijselementen uit artikel 2.3 Besluit Jeugdwet, die geldt als ondergrens voor: I. Een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en II. De vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derde te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met de navolgende kostprijselementen conform de AMvB reële tarieven Jeugdwet: a. Kosten van de beroepskracht; b. Redelijke overheadkosten; c. Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; d. Reis- en opleidingskosten; e. Indexatie va de reële prijs binnen een overeenkomst; f. Overige kosten als gevolg van gemeentelijke eisen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 3. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 4. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. 5. Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het tweede lid. 6. Het eerste, tweede en vijfde lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel