Er mag geen onevenredige aantasting of beperking plaatsvinden van:
lichttoetreding, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Dit is voornamelijk bedoeld om situaties uit te sluiten die buiten het normaal maatschappelijk risico vallen;
verkeersveiligheid en sociale veiligheid.
Elke activiteit dient voldoende te voorzien in de behoefte aan parkeergelegenheid voor auto en fiets, tenzij voldoende openbare plaatsen in de directe omgeving aanwezig zijn volgens een beoordeling van het bevoegd gezag. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij het gemeentelijk parkeerbeleid zoals dat is vervat in het Omgevingsplan. Zijn dergelijke normen niet in het betreffende omgevingsplan opgenomen, dan wordt aangesloten bij de meest actuele CROW normen.
De gevraagde activiteit mag geen onevenredige toename van de bestaande verkeersdruk tot gevolg hebben, dit ter beoordeling aan de hand van de bestaande verkeersmodellen op het moment van het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Functionele aspecten
Onderdeel van Beleidsregels generatiewonen en woningsplitsing