**1..** Het college subsidieert per bezette peuterplaats. Voor de in artikel 4 genoemde activiteiten gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
Voor de in artikel 4, onder a, genoemde activiteiten bedraagt de subsidie per bezette peuterplaats: € 12,66 per uur (prijspeil 2026) voor acht uur per week en 40 weken per jaar, maximaal 320 uur per jaar, minus de geldende ouderbijdrage per uur.
Voor de in artikel 4, onder b, genoemde activiteiten bedraagt de subsidie per bezette peuterplaats: € 14,58 per uur (prijspeil 2026) voor 16 uur per week en 40 weken per jaar, maximaal 640 uur per jaar. Hierbij gelden de volgende criteria:
Voor de eerste 320 uur per jaar betalen de ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag een ouderbijdrage per uur.
Ouders met recht op kinderopvangtoeslag vragen voor de eerste 320 uur per jaar kinderopvangtoeslag aan. Er is geen sprake van gemeentelijke subsidie.
Voor de tweede 320 uur per jaar betalen de ouders geen ouderbijdrage.
Voor de in artikel 4, onder c, genoemde activiteiten bedraagt de subsidie per aangemelde doelgroeppeuter, op 1 januari van het betreffende subsidiejaar, € 54,23 (prijspeil 2026) per uur voor 10 uur per jaar.
Er geldt een ondergrens van 80 uur per houder. Bij meer dan 8 aangemelde doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende subsidiejaar wordt gerekend met dat aantal.
**2..** Het college indexeert de subsidietarieven jaarlijks met de index die het ministerie van SZW hanteert voor het maximum uurtarief voor de kinderopvangtoeslag, tenzij er gegronde redenen zijn om hiervan af te wijken.
Artikel 7
Hoogte van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2025