**1..** Een incidentele financiële gift voor een specifieke bestemming wordt vrijgelaten als deze dient voor kosten waarvoor de belanghebbende, zonder de gift, op een vergoeding via de bijzondere bijstand om niet of een Wmo-voorziening zou zijn aangewezen, tenzij de belanghebbende de voorgaande drie jaren voor deze kosten heeft kunnen reserveren of in staat is om de komende drie jaren op een geldlening af te lossen.
**2..** Van het ontvangen van een gift als bedoeld in het eerste lid moet de belanghebbende onverwijld melding maken door middel van een wijzigingsformulier.
**3..** Andere giften dan genoemd in het eerste lid en/of bijdragen in natura die leiden tot een besparing worden vrijgelaten tot maximaal € 1200 per kalenderjaar.
**4..** Zolang de gift en/of de bijdrage als bedoeld in het derde lid de waarde van € 1200 per kalenderjaar niet overschrijdt hoeft hier door de belanghebbende geen melding van te worden gemaakt.
**5..** Zodra de gift(en) en/of de bijdrage(n) als bedoeld in het derde lid meer bedragen/bedraagt dan € 1200 per kalenderjaar, dan moet de belanghebbende onverwijld melding maken door middel van een wijzigingsformulier en wordt het meerdere aangemerkt als middel, als bedoeld in artikel 31 van de wet, tenzij het meerdere vanuit bijstandsoptiek als verantwoord kan worden beschouwd.
**6..** Verstrekkingen in de vorm van een voedselpakket van de Voedselbank worden in ieder geval vrijgelaten.
**7..** Het bedrag genoemd in het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel wordt jaarlijks geïndexeerd met het cijfer van de consumentenprijsindex (CPI) over het voorgaande kalenderjaar, afgerond naar boven op een veelvoud van € 50.